Groen, rood, goud

Ik hou niet zo van de natuur. De eindeloze heuvels vol olijfbomen waar Andalusië zo bekend om is, zal ik niet missen als ik hier wegga. Olijfgroen is een saaie kleur! Ook de stoere peña ken ik nu wel, met zijn onbegroeide rotsen waar vaak sneeuw op ligt.
Maar er is één plekje, dat blijft maar toverachtig mooi.

Als je beneden bij ons aan de berg naar rechts gaat, zie je het eigenlijk meteen. Glooiende heuvels zonder olijfbomen. Zonder andere bomen ook, dat maakt het nog weidser. Het is een magisch landschap. Iedereen die bij me in de auto zit, valt het op, het is ook de lievelingsplek van de paardenmeisjes om doorheen te galopperen. In tegenstelling tot olijfbomen die nooit hun blaadjes verliezen, veranderen deze heuvels het hele jaar door van kleur. Dat heeft te maken met het wuivend koren dat er groeit.

Dus zijn ze eerst Teletubbie-groen.

Daarna veranderen ze tijdenlang in een klaprozenzee.

En nu zijn ze goud (en ja dan moet ik ook altijd aan het vrouwtje van Stavoren denken).

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*