Enge winkels

Ik zou wel een prinses willen zijn en dat ik nooit boodschappen hoefde te doen. Van sommige winkels moet ik bijna huilen.

Soms is het fijn huilen, dan word ik enorm geinspireerd. Niet van winkels als Albert Heijn, van die overdaad word ik vooral zenuwachtig. Wok deze groente met deze saus en deze kruiden en dit vlees, allemaal op een rijtje.
Maar die ene vismarkt op dat achterafpleintje in Venetië… daar ging ik zachtjes een gebedje doen. Of voor Hartog, de ambachtelijke bakkerij waar mijn zus werkt en waar ze eigenlijk alleen maar een soort brood verkopen – maar wat voor een brood…

Gebruikte tandenstokers

Boodschappen die niet met eten te maken hebben zijn vaak naar. De dorpsbank, waar je uren moet wachten en dan word geholpen door de alleronsmakelijkste Spaanse man: in puilend ouwemannencolbert en te glad geschoren. Zo’n man die gebruikte tandenstokers op zijn bureau  heeft liggen en gemanicuurde nagels maar wel haar op zijn handen. Heel kort brillante-kapsel en teveel goedkope aftershave. En dan toch nog ruiken naar eten en oud zweet.
Het is heel persoonlijk. De elektriciteitswinkel vind ik heerlijk in al zijn onbegrijpelijkheid, van telefoonwinkels word ik chagrijnig. Maar de allerergste winkel is…

Schort

Onze wasmachine ging kapot en mijn man zei: ‘Jij gaat toch naar Granada, rijd even langs zo’n megastore en koop een nieuwe.’
Ik begon meteen te zweten. ‘Het ligt super makkelijk langs de snelweg, je rijdt zo in de parkeergarage eronder,’  zei mijn man die dat zag. ‘En binnen zijn overal bordjes en heel behulpzame mensen die je graag uitleggen wat het beste is.’ Dat maakte het er niet beter op. Het idee alleen al van zo’n te grote winkel waar je (of in ieder geval ik) pardoes verdwaalt tussen al die lelijke en reusachtige spullen die je wel en niet wilt hebben. Van die griezelig grote kassa’s. En medewerkers in winkelschorten die alles altijd beter weten. ‘Wil jij het doen, please?’ smeekte ik. ‘De supermarkt, het belastingkantoor zelfs, de slome slagerinnen die je een half uur laten wachten op een karbonaadje, ik kan het aan. Maar zo’n wasmachinewinkel…’ En toen mijn man nog steeds moeilijk keek (‘maar je komt erlangs’) gooide ik hem in de strijd: ‘Daar moet ik bijna van huilen.’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*