Blij met zigeuners

‘Mama, wat is schizofreen?’ legde ik kennelijk wat erg simpel en sensatie-achtig uit, want de reactie was ‘cool, ik wil later wel een schizofrene man.’
Nou ja, zelf heb ik ook twee totaal verschillende verschijningsvormen, met bijbehorende garderobes.

Zilveren sieraden, rode lippenstift en zo hoog mogelijke hakken. Dat is het imago wat ik zolang ik me kan herinneren heb gecultiveerd.
Maar dat houd ik hier niet vol. Op de campo in de regen wordt alles modderig. En als je dan ook nog dingen moet doen als smerige (natte) olijfzakken leegkieperen in de oven of sjouwen met houtblokken en andere dingen die rustieker klinken dan ze zijn… dan kost je dat dus echt je schoenen. En je mooie nieuwe jas.
Nu zou ik die nieuwe jas hier sowieso niet aandoen. Niet omdat ik er niet in wil lopen – dat wil ik wel!- maar omdat ik in mijn ouwe jas van twee winters terug al zwaar overdressed ben.  Er wonen hier vooral boeren en oude dametjes. En die dametjes staan – bijvoorbeeld- bij de slager regelmatig even een bloedworstje te kopen in hun duster en op sloffen. Dus.

Cliché’s

Gelukkig zijn er nog de zigeuners. Volgens de locale codes die mijn dochters perfect kennen, bemoeien ‘wij’  ons daar niet mee. Zigeuners zijn onbetrouwbaar en gevaarlijk. Dus als er een groepje zigeuners bij de brievenbus staat, dien je er met een boogje omheen te lopen.
Maar dat doe ik lekker niet. Ten eerste omdat ik nou eenmaal bij die brievenbus moet zijn. En ten tweede omdat zigeunermannen, totaal anders dan de boeren, schaamteloos broeierig naar je kijken, alsof ze je ter plekke willen ontkleden. Hm, ik ben ineens niet meer onzichtbaar.
Ik word ook altijd nogal blij van zigeuneroma’s. Die hebben geen gewatergolfd haar maar lange pikzwarte sliertharen en bontgekleurde rokken. Hun gezichten zijn verweerd bruin , hun tanden afgebrokkeld en hun stemmen te hard. Maar als er ergens een zigeuneroma binnenkomt, zelfs al is dat bij de slome slager, dan begint alles te zinderen. Alle cliché’s zijn keihard waar: ze lachen veel te hard, ze klappen in hun handen, ze zingen zelfs, gewoon in hun eentje… en het is alsof alles  en iedereen ineens ontwaakt uit een laaaaange winterslaap.  Ook ik, met mijn platte modderboots en veel te stoere (en veel te grote) skijack van mijn man. Mijn rode danslaarsjes, waar zijn ze – ik wil ze aan, nu!

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*