Kattenschrik

‘Los jij dit maar op!’  zei mijn dochter streng en gooide de zoveelste zwangere zwerfpoes naar mijn hoofd – en die ging er dwars doorheen.

De zwerfkatten komen nog steeds slinks onze cortijo binnen. Ze scheuren als honden de vuilniszak aan flarden en perforeren hun tere poezenmaagjes met oude kippenbotjes, de restanten vind ik door het hele huis. Zelfs een pak chocoladekoekjes op het aanrecht is niet meer veilig.

Olympisch

Ach, het valt eigenlijk best mee maar ik zit waarschijnlijk een beetje te lang achter elkaar op de berg en, hoe ruim het hier ook is, dan wordt je wereld steeds een beetje kleiner. Dus vannacht in mijn droom zaten alle nog ongeboren zwerfkatjes ineens in mijn hoofd. En toen, als ware ik een Olympische godin, werden al die katjes achter elkaar geboren – uit mijn oren. Levensecht en doodeng voelde ik ze langs mijn hals glibberen, vast blijven zitten in mijn haren, mijn décolleté in glijden en op de matras rollen. Heel heel klein – en ze dachten allemaal dat ik hun moeder was. Ik was als de dood om ze te pletten, zoveel babykatjes.
En toen ik wakker schok, ging ik eerst nog als een soort gek het hele bed bekloppen, heel voorzichtig, om te checken of er toch niet ergens eentje…

Min tien

Een boek baren, laatst hoorde ik weer iemand die (verboden want te cliché) uitdrukking gebruiken. Feit is dat ik gisteren de laatste woorden schreef van versie min tien van mijn ingewikkelde boek.
Kunnen de dromenuitleggers onder jullie mij misschien zeggen of dat er iets mee te maken heeft? Of is het toch gewoon tijd om weer eens normaal onder de mensen te komen?

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*