Mijn arme handen

Het wordt géén kerstmis en we gaan géén huis vol gasten krijgen. En de oude Maya’s moeten helemaal hun kop houden.

Spijbelen omdat de rapporten toch al klaar zijn? Midden op de dag boodschappen doen, auto naar de garage, lekker skypen met vriendinnen? Neeneenee, de kinderen gewoon naar school, vriendinnen ‘s avonds pas terugbellen en nog maar even doorkachelen met een Landrover die niet meer in zijn achteruit kan.
Pas vrijdagmiddag – morgen dus- schuif ik alles opzij.

Briefjes in mijn bed

En dat ‘alles’ is een raar nieuw boek waarvan de toon en stijl alleen al niet willen kloppen. Wat kan ik soms terugverlangen naar de tijd dat ik gewoon een verhaaltje in elkaar zette, met duidelijke plot en vantevoren uitgedachte hoofdstukopbouw. Nu probeer ik intuïtiever te schrijven en dan moet je bijna alles onderweg uitvinden. Zo’n verhaal is net één van de geesten die hier door het huis zwerven: je weet dat het er is, soms zie je het even vanuit je ooghoek. Maar als je dan probeert te focussen, is het alweer weg. Gek word je ervan!
Ik schrijf mijn handen erop dood. Letterlijk. Als ik ‘s avonds voor hongerige kinderen aan het koken ben (nog steeds nadenkend, nog steeds schrijvend, overal slingeren briefjes met aantekeningen, zelfs in mijn bed), zijn mijn vingers blauwachtig wit. Mijn dochters kunnen er niet eens naar kijken, zo eng vinden ze het. Af en toe loop ik nu zelfs met handschoenen door het huis, maar het helpt niet. Als kind had ik vaak koude handen (maar niet zoals nu), toen ik moeder werd, waren vanaf dat moment mijn handen altijd warm – en nu bevriezen ze op dit boek. Wat betekent dat? Mijn arme handen, met hun mooie ringen en lange heksennagels, mijn gereedschap.

Hm, schrijven over schrijven voelt altijd een beetje ongemakkelijk. Maar ja, het is nu eenmaal wat ik doe.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*