Vrolikstraat

Heel vroeg in de ochtend liep ik heel toevallig door de Vrolijkstraat en ik moest meteen aan Gerrit denken. Gerrit was mijn vriend. En nu is hij dood.

Het was een raar clubje dat eind jaren tachtig Spaans ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Keurige meisjes die al een jaar als hostess in Marbella hadden gewerkt. Strenge linkse types met lelijke kleren die een enorme fascinatie hadden voor elk mozaiektegeltje in het Alhambra en de letterlijke vertaling van de Don Quichot. Of van die types zoals Gerrit en ik die gewoon niet wisten wat ze anders moesten doen. Gerrit was vanaf de allereerste introductiedag mijn vriend en hij hielp me dezelfde week nog aan een kamer in het huis achter de Albert Cuijpmarkt waar hij zelf ook woonde.

Rookwolken

Omdat ik nog steeds niet goed snapte wat ik studeerde en waarom en Gerrit ook niet, brachten we enorm veel tijd samen door. Ook omdat ik zijn bovenbuurmeisje was natuurlijk. Twee avonden in de week aten we samen. Daarbij nam ik voor lief dat Gerrit eigenlijk niet kon koken. Het was alsof alles wat er uit zijn handen kwam altijd een beetje mislukte. Zo reed hij bijvoorbeeld in een oude Volvo zonder iets van auto’s te snappen. Dus als die auto dan niet startte in de winter en iemand zei: ‘Dan moet je ‘s nachts een warme deken onder de motorkap leggen’, dan deed Gerrit dat. En ja, de auto startte de volgende dag enorm soepel. Dat Gerrit eigenlijk bij het rijden de deken weg had moeten halen, had hij zich niet gerealiseerd. Totdat de rookwolken uit zijn auto sloegen.
Op dat soort momenten werd Gerrit nooit boos, eerder een beetje droef en gelaten. Ik kende niemand die zo weinig ego had en zo weinig over iets oordeelde als hij. Het was fijn om zo op mijn gemak bij iemand te kunnen zijn – ik realiseerde me helemaal niet hoe weinig hij zich eigenlijk op zijn gemak voelde bij zichzelf.

Advertentie

Later verhuisde ik naar West en Gerrit naar Oost. Ik ben nog een paar keer bij hem geweest in de Vrolikstraat. Terwijl ik het de studentengbouwen in de Spuistraat inwisselde voor een Echt Leven met reizen en banen en bijna elke avond in het theater zat, leek dat van Gerrit maar niet te veranderen. Zijn gebrek aan ambitie, zijn berusting daarin, zelfs het slechte koken. Het duurde niet lang of er was helemaal geen plaats meer voor hem in mijn leven en als iemand dat begreep, was het Gerrit zelf wel.
Niet eens zo lang geleden zag ik een advertentie in de krant. Dat Gerrit dood was en dat zijn familie ‘vrede had met zijn beslissing’.  Ik had geen idee.
Maar was het anders gegaan als ik dat wel had gehad?
Ach, die lieve Gerrit. Hij was mijn vriend en hij woonde in de Vrolikstraat.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*