De akelige Arabier

‘Hè jongens, kunnen die stripboeken weg?’ zeg ik en ik smijt alvast een armvol in een kast. Ik zeg nog net niet: ‘Waarom lezen jullie geen echt boek?’
‘Suske en Wiske is leuk’  roepen mijn dochters en ze halen ze net zo snel weer terug. ‘Weet je mam, dit gaat over…’
‘Ik weet waar het over gaat.’  Verrast kijken ze me aan. En ik denk: natuurlijk weet ik het, hoe kon ik dat nou vergeten? Liga’s en pannenkoeken, boerenkool en Suske en Wiske. Dat heeft mij groot gemaakt.

Dankzij Suske en Wiske leerde ik mooie nieuwe woorden als ‘miljaar’ en ‘plezant’ en ook woorden die toen al van vroeger waren: booswicht, kloek, dul, kordaat. En bovendien hadden ze het allitereren tot ware kunst verheven: de sissende sampam, de briesende bruid, de gladde glipper – dit roep ik allemaal nog uit mijn hoofd.
Gelukkig jeugdherinnering: een oranjerode zee van Suskes en Wiskes, vooral op regenachtige zondagen. En mijn broertje en ik in onze pyjama’s middenin die zee. Ik weet niet precies hoeveel delen we in huis hadden, maar ik heb ze allemaal gelezen. Meerdere keren.

Een Jerommeke in je leven

Van Schanulleke hield ik alsof ze mijn eigen popje was en één van mijn schokkendste leeservaringen was dat dit met zaagsel gevulde schatje -ik geloof in het album ‘Bibbergoud’ – behekst was waardoor ze ineens levend, gemeen en ook nog eens reusachtig was. Dat je zo op het verkeerde been wordt gezet en dat wat lief is is ineens de duivel blijkt, is een principe dat ik later zelf nog veel heb toegepast in mijn boeken, en niet alleen in de detectives.
Ook tante Sidonia is een archetype. Een stoere avonturier die manloos twee kinderen opvoedt. Of toch een sneue voetveeg zonder borsten die voortdurend voor rondslingerend wasgoed of een strijkplank wordt  aangezien? Wat je er ook van vindt, ik betrap mezelf erop dat ik haar er in gedachten nog steeds uitpik, gewoon op straat of op het werk: een echte Sidonia.
En Jerommeke! Samen met andere oermannen zoals de vader van Pippi Langkous en de Grote Vriendelijke Reus is hij een van de bakens van mijn leesuniversum geworden. Als Jerommeke in de buurt is, komt alles goed. Of er nou ineens Indianen over straat galopperen, Afrikaanse bomen tot leven komen, of anders wel enge gemaskerde mannen alle honden dood komen schieten – Jerommeke lost het op. Hij is supersterk, hij blijft altijd kalm, hij verspilt geen woord – en hij heeft een heel warm hartje. Zelfs als er ineens een koelkast stuk is, weet je dat Jerommeke hem kan reperareren. Zoeken wij vrouwen niet eigenlijk allemaal een Jerommeke in ons leven – desnoods voor erbij?

Lang leve Suske en Wiske!

Natuurlijk mogen – nee, moeten-  mijn dochters dat lezen. Juist  knap dat het zo tijdloos is. En dan heb ik het nog niet eens over het gemak waarmee die twee over de wereld reizen. Zou ik het daarvan hebben?
Maar net als ik iets in die richting wil zeggen, verklaart mijn dochter terloops: ‘Het is alleen jammer dat bij Suske en Wiske de slechteriken altijd Arabieren zijn.’

Ook verschenen als column op Leesplein:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=94

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*