Tranen in de bibliotheek

Daar stond ik voor een klas vol huilende kinderen, ik telde er algauw een stuk of acht die zaten te snikken, jongens zowel als meisjes. De bibliothecaresse  liep af en aan met glaasjes water. Ik staarde naar wat ik allemaal had aangericht in nog geen tien minuten en vroeg me af: ‘Doe ik nou iets helemaal verkeerd of is dit juist goed?’

Als ik uitgenodigd word op scholen, doe ik meestal een korte geleide fantasie-oefening met de kinderen om te laten zien hoe sterk hun verbeeldingskracht is. Meestal laat ik ze een soort droomtuin visualiseren en vervolgens een heel bijzondere ontmoeting met iets of iemand. Daar gaan ze dan over schrijven. Dat levert voetbalverhalen op en sprookjes, stukjes over paarden maar ook verhalen over geliefden die hand in hand lopen. Vandaag ben ik in een Brabants dorp en ik heb er al drie uur van dat soort verhalen opzitten. Maar bij de laatste klas gebeurt het. Eerst huilt er een meisje, vanuit mijn ooghoek zie ik hoe de lerares haar meeneemt. Niet erg, denk ik. Het gebeurt wel vaker dat kinderen een dode opa ontmoeten bij deze oefening. Vaak komen daar mooie verhalen van. Dan zie ik hoe de vriendin van het meisje ook huilt. En de jongen daarachter. En een jongen vooraan…

De kat van de vriendin van mijn tante 

‘Deed ik nou iets anders?’ vraag ik aan de bibliothecaresse die er de hele dag is bijgebleven. Ze schudt haar hoofd. ‘Ís er iets gebeurd in de klas?’ vraag ik later aan de juf, maar die blijft laconiek. ‘Soms heb je dit soort dingen.’ Bij het gesprek na afloop blijkt het leed niet al te schokkend, al zag iedereen in zijn fantasie zijn eigen doden voor zich: ‘Mijn overgrootmoeder die ik nooit heb gekend.’ ‘Het hondje van onze buurman.’ ‘De kat van de vriendin van mijn tante.’ Alleen één jongetje blijft huilen en kan zijn verhaal over ‘een meisje met bruin haar in een kring van bloemen’ niet afmaken. Zijn te vroeg geboren, gestorven zusje, hoor ik later.
De bibliotheek als rouwcentrum, ik ben er beduusd van. Later krijgen de bibliothecaresse en ik een zenuwachtig soort slappe lach.
Toch ben ik er niet gerust op. Wat heb ik in gang gebracht?
Gelukkig is er later een mail van de moeder van het jongetje dat zo bleef huilen. Dat haar zoon voor het eerst sinds heel lang weer over zijn dode zusje heeft gepraat – en dat hij dat, terwijl hij normaal een stille jongen is, alsmaar bleef doen. Of ze het verhaal mag hebben (hij heeft het aan mij gegeven). En in de PS: ‘Hij wil nu later schrijver worden, leuk he?’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*