Astrid mijn Astrid

Dit jaar is het precies tien jaar geleden, maar ik herinner me het moment nog feilloos. Toen Astrid Lindgren doodging, stond mijn wereld even stil. Ik begreep niet waarom alle kranten niet meteen met speciale edities kwamen, de tv-zenders op zwart en overal op straat een diepe verslagenheid. Sommige mensen zijn onsterfelijk zoals Nelson Mandela, en Astrid had gewoon niet dood mogen gaan. Nooit.

Mijn zus en ik geloofden ook niet dat het echt waar was. We keerden onze spaarpotten om en boekten een dure vlucht naar Zweden. Daar huurden we een autootje en ploegden door de sneeuw, op zoek naar de wereld van Astrid die ook de wereld van onze kindertijd was. En ja, we vonden hem. Van Villa Kakelbont tot het timmerschuurtje van Emile waar de houten beeldjes stonden, de drie rode huizen van Bolderburen en zelfs zagen we, diep verscholen in de bossen van Ronja de roversdochter, een glimp van Nangijala. In het mooiste themapark van de wereld reden we vervolgens met een treintje door Astrids boeken die door Marit Tornquist tot leven waren gebracht – en hoe. Snikkend – want net samen met Kruimeltje naar het licht gesprongen – sloten we onmiddellijk weer achteraan in de rij om de betovering van al die verhalen opnieuw te beleven. En nog diezelfde middag stonden we op een grauw plein in Stockholm te wachten op iemand die ons een gouden appel zou geven, want dit was de plek vanwaar Mio zich naar zijn vader de koning droomde. Het was voor mij en mijn zus als balsem om te zien hoezeer Astrid leefde in Zweden en viceversa, hoe dit hele land bestond uit kleine Madiekes en Bosses en Lasses die peperkoeken aten en op vakantie gingen naar de Zeekraai-achtige eilandjes voor de kust.

Bak peperkoeken, geef Pippifeestjes

Tien jaar geleden is dat alweer, maar wat mij betreft kunnen we Astrid en haar boeken niet vaak genoeg vieren. Bak peperkoeken, geef Pippifeestjes, zorg dat elk kind Ronja de roversdochter in handen krijgt. Ga op vakantie naar het geweldige themapark Junibacken. En noem je kind Lasse of Lotta (bijna had mijn jongste dochter Pippi geheten). Want voor de boeken van Astrid Lindgren geldt stuk voor stuk dat ze het beste avontuur zijn dat je een kind kunt laten beleven. Zo noemde Astrid Lindgren zelf namelijk het lezen van boeken: ‘het allergrootste avontuur’. In haar eigen woorden: ‘Aan het geluk of het ongeluk van je kind kan je niet zoveel doen. Maar je kunt hem laten zien waar hij troost kan vinden als hij bedroefd is en vreugde en schoonheid als hij het leven saai en triest vindt. Je kunt hem vrienden geven die hem nooit in de steek laten … ja, je kunt hem de weg naar het boek wijzen. En het moet nu gebeuren. Nu, zolang hij of zij zes of acht of tien of twaalf is. In die tijd moet het gebeuren. Daarna is het te laat. Te laat om de weg te vinden die leidt naar het allergrootste avontuur  …

(Ook verschenen als maandelijkse column op Leesplein:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=90 )

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (5)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*