Hoe klinkt de woestijn?

Hoe klinkt de woestijn? Dat vroeg een collega-schrijfster me een tijdje geleden. ‘Ik denk dat het er heel stil is,’  voegde ze eraan toe, me daarmee in één klap het gras voor de voeten wegmaaiend. Want hoe beschrijf je die stilte? Geen idee. Totdat ik laatst een tekstje van Paul Bowles tegenkwam. Ja natuurlijk, zo klinkt de woestijn!

Het negatief van geluid. De heilige stilte van een kerk. De stilte van de vroege ochtend als je de disco uit komt. Stilte in de muziek – iets waar iemand als Sting altijd naar op zoek is en dat volgens mij erg lijkt op woorden schrappen bij het schrijven. Die ene minuut van gedachte-stilte waar boeddhisten zo hard voor werken. De bijna agressieve stilte van mijn berg na een weekje Amsterdam. Nee, dat is allemaal stilte in relatie tot iets.
De woestijn is stil van zichzelf.

Woestijndoop

‘Zodra je aankomt in de Sahara, of het nu voor de eerste of de tiende keer is, merk je de stilte. Een ongelooflijke, absolute stilte die zelfs overheerst in de steden: er hangt iets verstilds in de lucht, als een doelbewuste kracht die door binnendringend geluid te weren, het onmiddellijk minimaliseert en verspreidt.’ Zo zegt Paul Bowles het.
In de woestijn valt de stilte niet, die is er. De geluiden die je hoort, dat ben jezelf: jouw adem, jouw stap op het dikke zand, het geritsel van de stof van je broek bij diezelfde stap.
Is dat leuk? Nee, eigenlijk niet. Combineer de stilte met de horizon van zand en lucht die ook al zo eindeloos is en je bent al je houvast kwijt. De woestijndoop, noemt Paul Bowles dat. In zijn woorden: ‘Loop voorbij de kamelen die buiten elke stadspoort liggen, ga omhoog langs een duin of juist recht vooruit over de harde stenen vlakte en blijf staan. Ofwel huiver je en rent snel terug, of je ondergaat dat wat iedereen die daar woont heeft ondergaan en wat de Fransen ‘le bapteme de la solitude’ noemen. Deze bijzondere ervaring heeft niks met eenzaamheid te maken, want eenzaamheid veronderstelt herinnering. Hier verdwijnt zelfs dat.’

In de ban

Ja, misschien ben je echt wel een beetje veranderd als je een paar uur in de woestijn hebt gelopen, er een nacht hebt doorgebracht op het koele zand met al die sterren erboven, of er hebt gereden op een kameel. Vooral de Sahara en de woestijn van Jordanie hebben dat effect, en ook dat je er steeds weer terug wilt komen – zoals Paul Bowles ook deed (en uiteindelijk ging hij er wonen). ‘Voor wie eenmaal in de ban is gekomen van dit immense, lichte land is er geen ander land sterk genoeg, geen sensatie zo krachtig als dit: te zijn in het midden van het absolute.’
Ik snap die woestijnverslaving heel goed, maar ik kan het niet altijd aan. Het idee, bijvoorbeeld, dat ik vanmiddag op het vliegtuig naar Marokko zou stappen en morgenvroeg wakker zou worden in de woestijn van Erg Chebbi (spreek dit hardop uit)… nee. Op dit moment verlang ik naar heel andere dingen. De jungle bijvoorbeeld, een plek ‘waar wouden zijn als vuur zo heet, torenhoog en mijlenbreed’ zoals Tonke Dragt het verwoordde. In plaats van in de woestijn wil ik morgen wel wakker worden tussen de brulapen van Costa Rica of de lokzangen van wel duizend Amazone-vogels, mmm…. Het oerwoud doet weer heel andere dingen met je dan de woestijn.
Maar daarover een andere keer.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*