Blauwbaard

Mijn dochter was nog een kleuter toen ik haar De kleine zeemeermin voorlas. Het echte verhaal, niet de Disney-versie. Uit een oud sprookjesboek van mijn grootmoeder, dat schreeuwt om voorlezen. Andersen schrijft zo heerlijk, nog steeds, het is alsof je een lied zingt.
Maar ja, toen ging de kleine zeemeermin dood en veranderde in schuim op de zee. En begon mijn dochter, eerst zachtjes en toen keihard, te huilen.

Wat schaamde ik me dat ik, samen met Andersen, al die tranen had veroorzaakt. En nog steeds -ze is inmiddels veertien- kan mijn dochter zich dit moment feilloos herinneren.
Had ik het dus maar moeten laten bij de Disneyfilm, waarin iedereen (behalve de zeeheks – die heel inadequaat Ursula heet) lang en gelukkig leeft? Ik heb er vaak over nagedacht en mijn antwoord is: nee.
Een goed verhaal is een verhaal met meerdere lagen. Vraag het maar aan Aidan Chambers, toch wel zo’n beetje de grootste expert op het gebied van literaire educatie. Een verhaal met ‘raadsels’  en ‘patronen’ , is veel interessanter dan eentje waarin alles duidelijk en voor de hand liggend is. Stel dat een verhaal is als een huis, dan wordt het een stuk spannender als het meer dan één kamer heeft. En dan kan je zelfs, net als in het sprookje van Blauwbaard, een kamer tegenkomen die beter gesloten had kunnen blijven. Bij de kleine zeemeermin zat de dood verstopt in die kamer, en het gruwelijke besef dat het niet altijd goedkomt.

Wat er allemaal in het leven te koop is

Boeken spiegelen het leven, ook kinderboeken Op het schoolplein, op de tv, en in de gesprekken om je heen sijpelen genoeg nare en rare dingen door. Maar als je intussen alleen boeken leest over werelden waarin alles fijn is en harmonieus, is dat een gemiste kans. Lezen over ‘wat er allemaal in het leven te koop is’  (citaat uit Kleine Sofie en Lange Wapper) kan je weerbaar maken: het is er en toch niet. Het zet je aan het denken: wat vind ik ervan? Hoe zou ik zelf reageren als…? Wanneer je eerste liefdesverdriet is om de kleine zeemeermin, veilig op de schoot van je moeder, schrik je een volgende keer misschien een heel klein beetje minder. En als je dan gaat naar ‘het land waar grote mensen wonen’  (Annie MG Schmidt), sta je daar niet ineens met je driewielertje op de snelweg.
Zo gaat het in mijn ideale scenario: kinderen mogen alles lezen en ze kijken onderweg zelf wel welke laag ze wel en niet meepikken, hoe ver ze willen gaan. Je kunt door alle kamertjes van het verhaal dwalen – maar je kunt ook een deur weer dichtdoen als je wilt. Misschien kom je er later nog wel eens, misschien wel nooit.
Dat klinkt makkelijk maar dat is het natuurlijk niet.
En soms ook wel. Diezelfde dochter pakte tien jaar later Voor ik doodga, een boek over een meisje van haar leeftijd dat doodgaat en waar ikzelf vreselijk om had moeten huilen. Terwijl ze het las, sloop ik om haar heen met wijze troostwoorden in mijn hoofd.
Mijn dochter sloeg het boek dicht en zei: ‘Ja, goed verhaal.’
‘Ben je erg verdrietig?’  kon ik toch niet nalaten te vragen.
‘Nee hoor,’  zei ze en ging huiswerk maken.

(Dit is ook de column op Leesplein: http://leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=88)

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*