Bijenkoningin

Mijn dochter fladdert door de Bijenkorf als een zenuwachtige vlinder. Opgejaagd door de hysterie van de Dwaze Dagen en de overvloed die die ze in Spanje niet kent, draait ze her en der lipsticks open en wijst me op kwastjes, blushers, ogenschaduw. Als er een stapel mascara’s door haar toedoen over de vloer rolt, snap ik dat hier een Plan nodig is.

Ik snap heel goed waarom Chaia blij wordt van de Bijenkorf, ik word het zelf ook. De geuren alleen al. Parfum en chocola en gloednieuwe kleren. Ooit ging ik elk jaar een keer met honderd euro in de Bijenkorf ‘onbeperkt’ winkelen. Dat geld had ik dan expres bewaard van diverse studentenbaantjes. Met honderd euro de Bijenkorf in – en het moest op. Decadenter en rijker heb ik me zelden gevoeld.
Daarom was het ook een behoorlijke deceptie toen ik een tijdje zelf in de Bijenkorf ging werken. Achter al de glitter en glamour bleek een keiharde personeelswereld schuil te gaan van strikte hierarchie. Zo mocht – in ieder geval in die tijd – in de personeelskantine niemand plaastnemen aan de tafel van de parfumdames. Toen ik dat op de eerste dag per ongeluk toch deed, kwam snel een van de banketbakkers mij redden. Want  alleen de banketbakkers waren vrienden met iedereen.  Ook met mij, ik at elke dag minstens een slagroomtompouce… Maar verder ging ik vaak genoeg huilend naar huis, alleen al door de enorme pijn in mijn benen van al dat staan. En door de klanten die verwachtten dat ze door ons, personeel van de Bijenkorf, als absolute bijenkoningin behandeld gingen worden.  Achter hun rug om werden ze door het personeel gehaat en belachelijk gemaakt. Iedereen daar (en ik overdrijf echt niet) had een gruwelijke hekel aan zijn baan en iedereen was van plan zo snel mogelijk weg te gaan. Niet dat ze dat ooit deden trouwens.

Dwaze pilaar

Misschien is het inmiddels beter, maar ikzelf heb alweer genoeg afstand om het leuk te vinden in de Bijenkorf. Helemaal als ik mijn dochter haar eerste make up-advies kan laten geven door een lieve Mac-dame, die snapt hoe het is als je twaalf jaar bent en je nog moet leren wat subtiliteit is. Omdat het zo’n feestelijk moeder-dochtermoment is, mag Chaia van mij na afloop de gebruikte lippenstift en ogenschaduw ook echt kopen. Ze omhelst me zo hard – onder de ontroerde blikken van al die Dwaze Dagen-omstanders- dat de helft van haar lippenstift alweer op mijn witte jasje belandt.
‘Zullen we nu boven op het terras samen een broodje gaan eten?’ stel ik voor om het af te maken.
Maar daar belanden we nooit. Want onderweg ziet Chaia in het speelgoedparadijs de speelgoedpaardjes. ‘Mama, daar ga ik even eentje voor Dunya van kopen. En ook eentje voor mijzelf.’
Een half uur later zit ze nog steeds op de grond tussen de paardjes,make up al een beetje uitgelopen.
‘Welke zal ik nou kiezen mama? Deze is ook lief he? Welke vind jij mooier? En welke zal ik voor mijn verjaardag vragen?’
Ik hang uitgeput tegen een dwaze pilaar, de hoop op koffie allang opgegeven.
Want  zo is het dus als je dochter twaalf jaar is.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*