Ik aanbid… Imme Dros

Mijn dochter Chaia (‘ik haat taal’) doet mooie dingen met woorden. Zo heeft zij het woord ‘luguber’  opnieuw uitgevonden. ‘Nee, niet de sla tegelijk met de lasagna op mijn bord, dat vind ik luguber,’  zegt ze bijvoorbeeld. Of: ‘Zit niet de hele tijd zo aan me te aaien, dat is luguber.’  Maar haar mooiste woord is ‘aanbidden’. In zinnen als: ‘Ik aanbid het als de poes ‘s nachts bij komt liggen.‘  Of ook: ‘Ik aanbid pasta met roomsaus. ‘
Ik pik dat woord vandaag van haar. Ik aanbid….Imme Dros.

Roosje

Haar naam alleen al. Imme is een naam uit een zeeliedje … en dan dat Texelse Dros erachteraan. Over twee weken is ze een van de kanshebbers voor de Gouden Griffel en, hoewel ik het betreffende boek niet eens gelezen heb, vind ik nu al dat Imme die griffel moet krijgen.
Alles wat ze schrijft is namelijk geweldig en lijkt o zo makkelijk. Natuurlijk, zo moet je dat zeggen! Zo heb ik al haar bewerkingen van Griekse heldenverhalen en mythes aan mijn meiden voorgelezen, en het was alsof ik een liedje zong.
En Roosje, ik aanbid ook Roosje! Vergeet Jip en Janneke met hun jaren vijftig getrut en hun als ‘lekker stout’  verpakte braafheid. Roosje is van vlees en bloed, een echt kind met al haar gevoeligheden en rare dingen. Net als die andere meiden uit Imme’s boeken over de ruziestoel, het roze van een zuurstok en lievepop/lappenpop. Boeken als eten en drinken.

Texel

Terug in mijn tijd: de trilogie die Imme over haar jeugd op Texel schreef is young adult avant la lettre (hm, drie Engelse en twee Franse woorden achter elkaar in een zin), zonder moeilijk gedoe. De zomer van dat jaar (alleen de titel al) is mijn ultieme troostboek, ik heb het toch zeker al een keer of twintig gelezen.
En nog langer geleden schreef Imme teksten voor Oebele, QenQ en Hamelen, series die mijn jeugd tekenden en het verlangen naar mooie woorden en verhalen deden aanwakkeren.
Ach, wat zou ik graag een dagje met Imme Dros naar Texel gaan en haar dat, op het strand en in de knusse kroegjes van den Burg, allemaal vertellen. Of liever nog: heel veel dingen aan haar vragen, aan haar voorleggen. Zo onaanraakbaar is ze niet, ik ben wel eens op haar afgestapt bij een of ander boekenfeestje, maar dan kom je toch nooit heel veel verder dan: ‘Ik ben een fan.’  Maar het is meer, veel meer dan dat. Nu Astrid Lindgren, Annie MG en Paul Biegel dood zijn, is zij, meer nog dan Tonke (of Dolf, Guus, Jacques, Toon), mijn voorbeeld en stiekeme leermeester.
Imme Dros. Maandag wordt ze 75. Ze heeft in al die jaren nooit de gouden griffel gewonnen. Geef haar die!

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*