Hallucineren bij de broodrooster

‘Weten jullie nog die keiharde, uitgedroogde broodjes in West Afrika? Hoe gelukkig je werd als je ergens dan ineens een pot nutella op de kop kon tikken? En hoe geweldig het was toen je in Zuid Afrika eindelijk weer koffie had?’
Er zijn reisvrienden op bezoek. En ineens realiseer ik me iets geks.

Over de kop

Een vriendschap kan op allerlei manieren beginnen. Je zit bij elkaar op school. Je doet hetzelfde werk. Je bent eerst verliefd geweest. Je leert elkaar kennen via Facebook.
Of, zoals in het geval van Liesje en Francois: je bent allebei vlak na elkaar met een Landrover over de kop geslagen. Wij zaten in Mauritanie onze wonden te likken, terwijl de Landrover uit niks weer langzaam werd opgebouwd en toen stonden ze daar ineens: andere Nederlanders. Net weer op weg nadat hun Landrover in Marokko, net zoals de onze, over de kop was gegaan. Dat schept, zoals je zult begrijpen, een enorme band.
Daarna ontmoetten we elkaar nog per ongeluk opnieuw in Senegal – en expres in Malawi, maanden later. En nu zijn we allemaal weer terug en zijn Liesje en Francois alweer voor de derde keer bij ons in Spanje – want voor wie zoveel reist is Arnhem-Granada een lachertje.

Hyperbewustzijn

Tweeenhalf jaar (bijna) zonder spullen heeft toch zijn invloed gehad, denk ik plotseling.
Want hoe valt anders mijn net-ontdekte liefde voor de meest simpele apparaten te verklaren? Of liefde – het is meer een soort hyperbewustzijn.
Neem de kraan. Als ik hem opendraai kan ik echt blij verrast zijn als er water uit komt. Ik zie het dan ook voor me, als een psychedelische film: hoe de sneeuw in de bergen boven me smelt, ergens in een bassin belandt en dan wordt opgepompt, kolkend en wervelend door allemaal leidingen, zo naar mijn kraan. Het is misschien raar om te zeggen, maar daar word ik vrij gelukkig van. Net als van de broodrooster: het idee dat daarbinnen die oude broodjes tussen oranje vuur langzaam bruin en knapperig zitten te worden. Soms betrap ik mezelf erop dat ik er al een minuut bewonderend in sta te kijken. Of het veelbelovend zoemen van het espresso-apparaat; nu wordt al dat hete water door die koffie geperst, je kunt het al ruiken, kijk die stoom, kijk dat schuim. Koffie!
Vroeger had ik dit soort bespiegelingen nooit. Het moet dus wel een gevolg zijn van de onthechting door het reizen en het best lang ontberen van al dit soort spullen. Of vergis ik me, komt dit hallucineren-zonder-paddo’s voort uit het isolement van het wonen op de berg? Is het eigenlijk een soort voorstadium van gek worden?

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*