Karamelcake

Zo heet…. Alles plakt, druipt, dampt. Ik schrijf in een sauna, elke dag. Een nieuw boek en ik heb er nog totaal geen vat op. Acht uur wegsmelten voor misschien twee goede zinnen. Ondertussen steeds afleiding: onverwachte gasten (twee), onverwachte babypoesjes (zes, in de kast van Dunya). Help!
Het is denk ik tijd voor karamelcake.

Boekeneten

‘Mama, mag ik brood met reuzel?’ vroeg ik, nadat ik had gelezen hoe enorm Ot en Sien daarvan genoten. Een ‘homp brood met goudgele kaas’ smaakt nog altijd naar het geluk van Heidi. Of dat ik perse chocola moest hebben, na Sjakie en de chocoladefabriek. We waren op vakantie en mijn vader is er speciaal een uur voor naar het dichtstbijzijnde dorpje gewandeld. Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor.
En nu lees ik dus tussen alles door ‘Een keukenmeidenroman’ , over zwarte keukenmeiden in Amerika. In dat boek wordt om de haverklap karamelcake gemaakt en gegeten. Als troost, als oppepper, als beloning. Ik wil ook, nu! Als ik karamelcake maak, krijg ik vast weer enorm veel inspiratie.
Ik moet even zoeken naar het recept, maar karamelcake blijkt hetzelfde als sticky toffee cake of pudding. Uit Engeland, lees ik – wat me raar lijkt, want het boek is superamerikaans. En er zitten dadels in, ook niet echt Engels.
De cake slaat in als een bom. Hij is enorm, maar er blijft niks van over. Zelfs de gasten kunnen zich niet beheersen en uiteindelijk zitten we allemaal samen met onze vingers de schaal leeg te likken. Daarna lukt het schrijven nog steeds niet, maar is alles wel een beetje zoeter geworden.

Recept

200 gram dadels zonder pit met een flinke kop thee aan de kook brengen. Dat wordt een soort pasta en daar gooi je dan van het vuur af bicarbonate soda doorheen. Dat is een soort wit poeder waar het enorm van gaat bruisen (als ik het hier kan krijgen, dan jullie daar zeker).
90 gram boter en 175 gram lichtbruine suiker mixen tot het romig is. Twee eieren erbij en dan 175 gram zelfrijzend bakmeel, zout en een piepklein beetje koekkruiden. Dan dadelpasta erdoor roeren. In een bakvorm bekleed met bakpapier doen en een half uur in de oven op 180 graden
Warm serveren, met  karamelsaus eroverheen: 125 gram lichtebruine basterdsuiker, 2 eetlepels stroop, 100 gram boter smelten op laag vuur, en er wat ongeklopte slagroom doorheen roeren.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*