Een hele enge man

Ik vind apothekers eng. Een soort nepdokters. Misschien zijn het die witte jassen, ik weet het niet precies. Maar ik ga er niet graag heen. En zeker niet als het ook nog allemaal in het Spaans moet. Wratjes, dat was het deze keer. Een kind met wratjes. Ik had het vantevoren keurig opgezocht. Veruca. Dat was makkelijk want het deed me aan Veruca Peper denken, uit Sjakie en de chocoladefabriek.

Veruca

Een beetje gegeneerd boog ik me naar de heftig zwetende apotheker. ‘Vercuas?’ schreeuwde hij enthousiast. Alle andere wachtenden keken nieuwsgierig op. ‘VERUCAS? Bedoel je dit soort?’ Hij drukte een nat en inderdaad wrattig handje onder mijn neus. ‘Of meer zo?’ Hij ontblootte zijn hals en toonde me een trits steelwratten van jewelste. ‘Gewoon, op de voet,’ mompelde ik. ‘O ja, hoe groot? Het is belangrijk dat je weet wat voor soort wratten het zijn. Hoe groot? Zoiets? Zo? Of meer zo?’
Volgde een heel verhaal over de behandeling, waarbij de apotheker om het te verduidelijken voortdurend in zijn eigen wratten kneep. ‘En dan haal je ze zo, hoep, weg!’ De apotheek stond inmiddels vol met mijn nieuwe dorpsgenoten, die allemaal zogenaamd niet luisterden. 
‘Hier is een middeltje. Open het, ja open het. Schroef het dopje erop. Test het!!!’ Het ontbrak er nog maar net aan dat ik de apotheker ter plekke zou moeten ontwratten. Ik voelde inmiddels griezelig veel verwantschap met de echte Vercua Peper, die steeds groter en groter wordt als een reusachtige kauwgumbel.
En toen moest ik over het andere probleempje nog beginnen. Een kind met wormpjes in haar poep. Op het moment dat ik het woord ‘larva’ fluisterde, wist ik al dat het mis was. ‘Larvas? LARVAS??? Je bedoelt….’ De apotheker bukte en trok een reusachtig denkbeeldig iets uit zijn achterste.
Dat was het moment dat ik, net als Veruca Peper, uit elkaar plofte. Ik ga daar nooit meer naar toe. NOOIT MEER.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*