Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Liefde in tijden van jam (en loempia’s)

‘Sorry,’ zei J en terwijl hij het zei was hij al omgedraaid, ‘ik moet even terug naar die man met zijn jam.’

We sjokten terug over de lelijke straat door de zweterige hitte. J begon het uit te leggen maar ik glimlachte alleen maar, heel hard.

Vol verwachting

Ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw zat ik op de middelbare school. Vietnamese loempia’s waren toen nog niet bekend in Nederland. Mijn school was om de hoek bij de markt en daar stond hij: de eerste loempiakraam, met daarin een stapel hoog opgetaste loempia’s en een man die vol verwachting naar de bezoekers van de markt keek. In mijn verbeelding had zijn vrouw thuis urenlang al die loempia’s staan maken, deed ze er haar stinkende best op. En dat hij dan thuis zou komen en ze hem al zou staan opwachten. ‘En? Hoeveel maak ik voor morgen?’
Maar ondertussen zag ik de ene na de andere voorbijganger wegkijken, zelfs met een boogje om die exotische kraam heen lopen. Op naar de stroopwafels, de haring – waar lange rijen stonden.
Ik heb toen (en hoe oud was ik? 13?) al mijn zakgeld bij elkaar geraapt. In de pauze op school heb ik mijn vrienden stuk voor stuk naar die kraam gestuurd. ‘Hier heb je geld. Koop een loempia. Zeg dat het heerlijk is.’
Nou ja, en de rest is history, zullen we maar zeggen. Op mijn markt in Amsterdam zijn de rijen voor de loempia’s inmiddels bijna net zo lang als bij de stroopwafels (de Japanse poffertjes, de Mexicaanse burrito’s, de Marokkaanse wraps…).

Terug naar de oude man in Recife. Hij had niet eens een kraampje, maar een roestig tafeltje. Op dat tafeltje een paar blinkende potten jam, van allemaal interessant inheems fruit. J koos caju (fruit van de cashewboom) en inderdaad, de vrouw van die man had het gemaakt – begrepen we in ons gebrekkig Braziliaans.
De rest van de reis hebben wij super onhandig rondgelopen met een enorme glazen pot, waar we af en toe mierzoet fruit uit aten, het was iets te sapachtig voor jam. Regelmatig dachten we erover om de pot ergens in een hostel achter te laten, want als dat gaat lekken in een rugzak… ‘Nee joh,’ zei ik dan toch.

Dus nu eten we hier in Amsterdam af en toe nog een bakje Nederlandse kwark met Brazilië erin.

(deze foto is van ons favoriete barretje in Olinda)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *