Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Dit wordt het jaar van

De huwelijksreis. Het boek.
12 januari vliegen we naar Brazilië. Jungle, strand, candomblé en capoeira. En eind mei verschijnt het boek waarvoor ik door roeien en ruiten ga, wacht maar af.

Terwijl ik dit opschrijf kotst de kat op de bank. Je kunt natuurlijk niet 365 dagen caipirinhas drinken en in de spotlights staan.

Oogst

Toch is dat wat ik mij wens dit jaar: een beetje meer spotlight, of laten we zeggen: oogst. Elk jaar is het weer spannend of ik het aan elkaar gebreid krijg, als ZZP-er. Maar op mijn leeftijd zou ik zolangzamerhand willen dat er iets meer op me af gaat komen, misschien wel een grote terugkerende klus zoals vroeger de Schoolschrijver. En voor mijn boeken wat vertalingen, herdrukken en nominaties, ook dat is oogst. Luister je mee, universum?
Ik sta op en ruim de kots op. ‘Ben ik ondankbaar?’ vraag ik aan de beteuterde kat (sinds 2025 mag ik van mezelf hardop tegen de katten praten zonder bang te zijn voor dementie). De andere kat, die walgend toe zit te kijken vanaf de verwarming, roept mij toe dat ‘egocentrisch’ misschien een beter woord is.
Over dankbaarheid kan ik heel kort zijn. Elke dag. Elk uur bijna. Ik loop nog net niet biddend door het leven.
En de rest van de wereld, die mooie, gruwelijke wereld buiten mijn kleine universumpje? Ik blijf ervan houden, dwars door alles heen en zo hard dat ook dat op bidden lijkt. Het zit in mijn boeken, in de maaltijden die ik kook, de gesprekken die ik voer met vrienden en kinderen, met studenten – of met de dakloze bij de Albert Heijn.

Nee, dat redt de wereld niet.
Dat doen die katten ook niet trouwens. Maar stel je toch eens voor dat er geen katten meer zouden zijn…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *