Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Mijn kleine Zeeuwse universum

J duikt elke ochtend in de Westerschelde, voordat hij aan het werk gaat. En ik zwem nu al tien dagen met hem mee – ook als de zee wild is en de wind koud.

Het duurde even maar nu heb ik mijn kleine universum hier gemaakt aan de Zeeuwse kust, in het turquoise huisje. Een plek waar ik lees, schrijf, de koelkast vol met eten stouw, banjer langs het strand. En elke nacht mijn man tegenkom in bed.

Dochter

De dochter komt langs, een vlindertje dat overal doorheen fladdert. Ik laat alles uit mijn handen vallen om met haar, als echte badgasten, bij de zee te zitten. Oesters wil ze eten, tegen mij aan hangen, filmpje kijken samen op de bank net als vroeger. Praten met haar is dat halve woord, die veelzeggende blik, een terloopse confessie, alles zo makkelijk – misschien omdat we zo lang met zijn tweetjes hebben gewoond. Ik wil haar eindeloos knuffelen maar dan gaat ze alweer.
Wat bij me blijft, in mijn hoofd en in mijn computer, is het manuscript van een nieuw boek. ‘Ik droom ervan’ schrijft de uitgeefster, de enige die het nu al mag lezen. Het wordt loodzwaar en toch licht, dat is tenminste de bedoeling. Met nogal wat opmerkingen in de kantlijn duik ik het verhaal weer in. Zomeraanbieding, denken we, dat betekent nog een lange winter in de luwte eraan werken, prima.
Maar eerst is het nog augustus, ook al liggen er soms regenplassen op de straten. Op het terrasje van het huis, pal achter de plassen die ook daar liggen, ga ik verder met schrijven. Ik zou niet weten wat anders.

Tussen wolken en zon, tussen hier en daar, wat vast is en los.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *