Lang geleden ontmoette ik op reis een wijze vrouw die een klein hotel runde middenin de natuur. Alles was even zorgzaam en liefdevol en de vrouw ademde zachtheid. Toch had ze een diep verdriet, haar grote liefde (met wie ze dat plekje had opgebouwd) was kort ervoor overleden. Het drama liet me niet los en later stuurde ik haar een brief hoe het kon dat ze toch zo rustig en bijna blij was geweest.
Haar antwoord ben ik nooit vergeten.
‘Omdat mijn geliefde en ik vanaf het begin alles samen hebben gedaan,’ schreef ze, ‘we gingen altijd met elkaar overal naar toe, deelden alles. Zo hebben we het maximale uit onze liefde kunnen halen.’
Aha, dacht ik. Dus dat is het geheim.
Andere tijden
Vijfendertig jaar later, andere tijden. De dochter benoemt op mijn trouwdag hoe mooi J en ik elkaar aanvullen. Mijn zus citeert maar weer eens Gibran: hoe de eik en de cipres niet kunnen groeien in elkaars schaduw. Mijn eerdere ideaal van altijdoveralsamen voelt nu naïef, ik heb hard gewerkt om het juist ook op eigen kracht te kunnen: gelukkig zijn of hoe noem je dat. De ene trouwfoto waarin ik té zwijmelend opkijk naar J schuiven we allebei lachend opzij – nee, die komt niet in het plakboek. Wel natuurlijk de foto van de performance waarin J en ik door een horrorechtpaar aan elkaar vastgeketend worden met blikjes.
Afgelopen zaterdag had ik J een dag voor mezelf, tussen alle drukte door. Zo’n dag met verlaat ontbijt op bed en koffie en nog meer koffie. Met een suf uitje: de veerboot van Vlissingen naar Breskens. Daar zagen we dezelfde braderie (met goedkope dekbedovertrekken, Duitse churros en plastic zonnebrillen) die we de dag ervoor nog in Vlissingen hadden gezien, alleen heette het in Breskens ‘visserijdagen’. Met keiharde tegenwind fietsten we verder, naar een schattig strandtentje ergens ver, waar we vissoep aten. Op de terugvaart ging de zon knaloranje onder in de Westerschelde, bibberend zaten we ernaar te kijken, de wind blies dikke schuimkoppen op de golven. En ik dacht – zoals vaak op veerboten – aan het slot van het boek Liefde in tijden van Cholera waarin de geliefden, oud en stram, eeuwig heen en weer blijven varen met elkaar. Dat dat nog steeds het mooiste liefdesverhaal aller tijden is.
Niks horrors aan.
Foto Gözde Otman