Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Boze wolf

Op de voorplecht van het schip stond een hond die er uitzag alsof ie zich vermomd had als hond, ik bleef maar omkijken.

Als ik per ongeluk even in de buurt van de grachten kom dezer dagen, zie ik meer mensen dan water. En dan woelt er iets van paniek bij me op.

Herberg

Tijdens de laatste keer Sail woonde ik nog in de herberg aan het IJ. In het sprookjeshuisje, met mijn sprookjesgezin. Sail was de boze wolf: een constante chaos van lallende toeristen die al onze lieve spulletjes mee jatten en overstromende wc’s veroorzaakten, en wij die dag en nacht keihard werkten.
Het is dit jaar de laatste zomer van het sprookjeshuisje. De prinsesjes en zeker de voormalige droomprins hebben het er nog een stuk langer vol weten te houden dan ik. Misschien zullen er zelfs wat tranen vloeien als ze uiteindelijk de deur achter zich dicht trekken, het volgende avontuur tegemoet.
Zelf mis ik nog bijna dagelijks de gouden luchten boven het IJ, vooral met zonsopkomst of bij bliksem. Maar dat IJ met Sail-vervuiling mis ik niet. En het huisje zelf ook niet, al kan dat er niks aan doen dat daar nou net de put van Vrouw Holle stond – waar ik in kukelde.
Gezellig hè die sprookjesverwijzingen? Om jullie kennis nog even op te frissen: de put van vrouw Holle = het konijnenhol van Alice = de kleerkast van Narnia. Dat is de plek waar je op de proef gesteld wordt, monsterlijke wezens rondwaren (soms in de vorm van Sailbootjes met nephonden), waar je altijd heel hard aan het werk moet, en niet alleen met overstromende wc’s.

En dan, als je er eindelijk uitgeklommen bent, is er iets met goud, als je geluk hebt. Dat dan weer wel.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *