Achterhuis

Dingen die ik niet kan: in mijn eentje in de zon zitten.

En dan te bedenken dat ik jarenlang in het meest paradijselijke stukje zon ter wereld woonde: aan een zwoele patio in Zuid Spanje.

Stille zon

Olijfvelden, vijgenbomen, een tintelend zwembad, een paar zwerfkatjes aan je voeten. Je kon op onze berg in Montefrio zitten als een godin in Frankrijk – maar ik deed het nooit. Tuurlijk, dan waren ’s ochtends de kids vertrokken naar school en dan pakte ik vaak genoeg een kopje koffie en toog naar buiten. Om daar… ja wat eigenlijk? Als Ilco er was of een toevallig overgevlogen vriendin was het reuze gezellig. Maar zo alleen in de zon snapte ik het niet. Ik zat er dan een tijdje naar het onbeweeglijke uitzicht te staren, dronk die koffie op en sprong dan maar snel weer overeind. Naar binnen, naar het veilige scherm van mijn computer. Of naar het dorp voor boodschappen, dat duurde altijd heel lang. Nieuwe boeken om te lezen waren schaars maar zelfs als ik er eentje had, las ik toch liever binnen. Buiten was de hemel zo wijd, de stilte zo overal. Zelfs de zon was een stille zon.
Dat droomterras heb ik niet meer. In plaats daarvan een typisch Amsterdams platje waar lieve vriendin Nancy net een winterjasmijn voor me heeft geplant in een zelfgetimmerde bak tegen de half gepleisterde muur. Een plastic bankje staat er, en ’s ochtends is er even zon. Je hoort altijd wel geluid: flarden van gesprekken door openstaande ramen bij de buren, sirenes heel ver weg, iemand boort iets. Geuren zijn er ook: er wordt een ei gebakken, groentesoep, sigaretjes, een vleug van ouwe vuilniszak.

Genoeg

De afgelopen week ben ik als ik tijd had steeds even op dat platje gaan zitten. Tussen het werken door. Soms met koffie, soms met een boek, soms met helemaal niks. En dat ging verrassend goed.
Misschien omdat het dus nooit stil is daar bij al die Amsterdamse achterhuizen en omdat je er het einde van de hemelkoepel niet ziet. Of – en ik hoop dat dit het is – omdat ik genoeg heb aan mezelf. Kinderen, vrienden, werk, mijn leven is best vol. Maar er is ruimte over ineens, lijkt wel.
Zodat ik dus af en toe zomaar op dat plastic bankje kan zitten op dat kleine onooglijke platje. En verder helemaal niets.

Reacties (1)

Laat een reactie achter op Ada Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*