Ode aan de zomerodyssee (94)

Met brandnetel, fenegriek, jong of oud of met pesto. ‘Welk kaasje vindt u zelf het lekkerste?’ vraag ik in de boerderijwinkel.
‘Dat zeg ik niet,’ zegt de oude boerin resoluut. 

Wat ze bedoelt is: ‘Ieder zijn eigen smaak en ik ga je niks opleggen.’ Maar het gesprek wordt nog ongemakkelijker dan het al was. 

Speedboot

Terschelling. Ik was er vast eerder – volgens mij tijdens Oerol- maar ik kan me er niks van herinneren. Nu is het hoofdstuk drie van de zomerodyssee langs alle Waddeneilanden. Met twee kinderen van mezelf en vijf geleende.
Terschelling is vooral keihard fietsen tegen de wind in, wat is dat eiland lang (en wat is mijn conditie beroerd). Met een spectaculaire speedboot de woeste zee in, op zoek naar zeehondjes. Verjaardagscadeautje voor Dunya – pas als ik het grote waterdichte pak sta aan te trekken realiseer ik me dat ik zelf ook aan de bak moet. Keihard stuiterend, doorweekt, bijna uit de bocht… en stiekem verrassend leuk.
En dan al die zeehondjes, zeker honderd. Heel veel met kleine zeehondenbaby’s, ze komen nieuwsgierig om de boot heen zwemmen.
Sowieso heel veel jonge dieren hier. Nog nooit zoveel veulens bij elkaar gezien, allemaal gezellig bij de moeders, spelend, drinkend. We zien ze ook vanuit ons huisje heel dichtbij. 

En om mij heen in dat huisje met het eten, de spelletjes en het gehang: mijn eigen veulentjes, om heel gelukkig van te worden. Ware het niet dat mijn moeder in Amsterdam precies deze week valt en een zware operatie moet ondergaan. Mijn moeder die zo van de Wadden houdt en van kinderen. Die mij ooit voor het eerst de zeehondjes liet zien. Het zoemt door me heen: de vergankelijkheid, de circle of life, de dingen die je moet koesteren. Juist hier, juist nu.
Wat dan precies?
Dat zeg ik niet. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*