Ode 85, aan de spookkleindochter

Ook in verzorgingstehuis De Flesseman hebben ze het zwaar met de hittegolf.

Na werk fiets ik steeds even langs, om te kijken of mijn moeder niet gesmolten is.

IJslollies

Ze hebben er geen airco, dus overal staan ventilators en de gordijnen zijn dicht. Mijn moeder zit er monter tussen. ‘Geven ze je ijsjes?’ vraag ik, want zoiets heb ik gehoord.
‘O God ja, de hele tijd. Van die ouderwetse ijslollies, meer dan je op kunt. Maar ook van die hele grote ijsjes met chocola en spikkeltjes.’ Bij mijn moeder -en trouwens bij meer bewoners in de Flesseman- weet je nooit precies wat de waarheid is. Eigenlijk is het zo: er zijn heel veel waarheden in de Flesseman.
‘Gisteren was er nog een kleindochter bij je moeder,’ vertelt een van de bewoners. ‘Een prachtig mooi meisje,’ zegt een ander. In gedachten ga ik mijn dochters gangen langs. Wie van de drie zou dat geweest zijn?
Mijn moeder zelf weet er niks meer van. Ze is meer begaan met dat haar vaste tafelgenoot, meneer T, er niet is. Meneer T is een gesoigneerde heer die niet meer kan praten.
‘Ik mis hem zo,’ zegt mijn moeder klaaglijk.
‘Misschien is hij lekker op zijn kamer gebleven met deze hitte?’ opper ik.
‘Hij woont zo prachtig,’ mijmert mijn moeder. ‘Heb je zijn kamer wel eens gezien? Bovenop een heuvel is het, met prachtig uitzicht. Aan alle kanten…’
Gelukkig wordt meneer T precies nu binnengereden in zijn rolstoel. Hij heeft een kunstboek bij zich dat hij intensief begint te bestuderen  terwijl iemand zijn grote slab omgespt. ‘Fijn dat je er bent, meneer T,’ zegt mijn moeder blij.
Terwijl zij zo als een mooi stilleven naast elkaar zitten begin ik een gesprek met een andere heer. Over de hitte, natuurlijk. ‘Ik heb airconditioning op mijn slaapkamer,’ zegt de oude baas.
‘Wat heerlijk, ik niet.’ En net terwijl ik mezelf in stilte een complimentje maak over hoe leuk ik toch met de senioren omga, zegt oude baas: ‘Maar als je geen airconditioning hebt, slaap je nu natuurlijk naakt. Helemaal naakt. Ja toch?’ Hij kijkt er bepaald begerig bij en mijn moeder schatert het uit. 

‘Wie van jullie was bij oma?’ app ik als ik weer buiten sta.
‘Wij niet,’ zeggen de oudste twee. En de jongste is nog steeds op vakantie. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*