Ode 15 (samen zingen)

Ik kocht een kerstengeltje voor Maria. Maria is mijn moeder.

Ze was heel lang aan het uitpakken en toen vond ze het eerst niks en daarna juist heel mooi. ‘Je hebt me zo blij gemaakt.’

Duizend liedjes

We zaten in de eetzaal van de Flesseman, die glinsterde en flonkerde van alle gouden ballen en kerstmannen. Het was er bloedheet, om ons heen werd druk geknikkebold. Mijn moeder en ik voerden het kringetjesgesprek dat we vaak voeren. ‘Hoe gaat het met je… Hoe gaat het met de kinderen… Hoe gaat het met die leuke man… Hoe gaat het met je… Hoe gaat het de kinderen…’ Op een gegeven moment zag ze het engeltje weer. ‘Dat is Maria,’ zei ze. En onmiddellijk begon ze te zingen: ‘Maria die zoude naar Bethlehem gaan. Kerstavond voor de noenen…’ Ik zong luidkeels mee, want door mijn moeder ken ik duizend liedjes. Alle coupletten zong ik, mijn moeder ook. Een paar knikkebollers werden wakker en glimlachten onze richting op. Een van de verzorgsters deed een dansje.
Daarna vroeg mijn moeder meteen: ‘En hoe gaat het met je? En met de kinderen? En met die leuke man?’
We kabbelden nog wat verder, ik leunde tegen mijn moeder aan omdat knuffelen nog wel goed gaat, makkelijker dan ooit eigenlijk.

Ik ging al bijna weer weg toen er een andere bejaarde dame aan de tafel kwam zitten. ‘Kijk,’ zei mijn moeder. ‘Dit heb ik net van mijn dochter gekregen. Het is Maria.’
‘Maria die zoude naar Bethlehem gaan…’ begon de dame onmiddellijk te zingen. Mijn moeder viel direct weer in, net als ik. Alle coupletten. Deze keer keken er nog meer mensen op, sommige prevelden zachtjes de woorden mee.

It must be christmas time.

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*