Zon moet je delen

Wat was iedereen altijd jaloers op me toen ik nog in Spanje woonde. Zoveel zon!

Dan liep ik met blote benen terwijl hier de regen tegen de ruiten kletterde. Wat wilden mijn Nederlandse vrienden dan altijd graag met me ruilen.

Zigeuners

Maar het gekke was: ik ook met hen. Want ja, daar liep ik dan met mijn zomerjurkje te flaneren, door het schattige Spaanse dorpje. Waar echt wel een paar terrassen waren. Maar die terrassen waren leeg – een Spaanse bewaakt de blankheid van haar huid en haar frisse looks, die zoekt altijd de schaduw op. En verder was iedereen daar gewoon aan het werk, de olijfboeren en hun vrouwen, de kinderen naar school. Los van een paar gevaarlijke zigeuners had niemand aandacht voor mijn opwaaiende zomerjurkje.
Het was absoluut vakantie-achtig om dat eerste kopje koffie van de dag samen  met mijn man  in de zon te doen. Maar daarna gingen we toch gewoon aan het werk. En keek ik meer naar de zon, dan dat ik hem consumeerde.
Was ik maar een introvert: dan had ik aan mijzelf en de zon genoeg gehad.

Lente in Nederland

Maar de zon wil ik kunnen delen. Ik wil Martin Bril langs zien fietsen in elke man, terwijl je dapper je melkflessen een hem blootstelt. Vriendinnen moeten je appen of je wat komt drinken. Je moet een beetje gaan vechten voor een plek op een terras in dat van je werk gestolen moment met lauwe, dure wijn en slappe gesprekken.
Zo’n week was het. De ene vriendin reed me naar het strand, met de ander dronk ik die lauwe wijn en de derde trakteerde me, nog voor mijn verjaardag, op het ultieme zomerbloesje. En ik at ijs met mijn moeder tijdens het zwoelst van de avond.
Hoera voor de lente in Nederland – zelfs als het zometeen gewoon weer Nederlands kutweer wordt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*