Een zaterdagnacht in Amsterdam

Ik mis mijn kind, op vakantie met haar vader.

Maar de weekends als vrije vrouw zijn nog steeds amazing.

Nachtwacht

Ik heb mijn stad weer terug, dat besef is er nog elke dag. Als ik in de ochtend naar het filmmuseum fiets, als ik door mijn rommelige straat loop, als ik de oude houten steunbalken van mijn huisje zie.
Het is ook een enorm pluspunt van J dat hij een geboren en getogen Amsterdammer is.
‘Laten we gaan kijken naar die nieuwe kunstkelder in het Stedelijk Museum,’ zegt hij zaterdag einde dag. Vlak voor sluitingstijd naar het museum, dat hebben we ontdekt. Als alle toeristen op weg zijn naar buiten, snel even iets moois meepikken. En dan nog even naar de Nachtwacht, vaak staan we daar als enigen.
Als we buiten komen is het al donker. ‘Ik neem je mee uit eten,’ zegt J. Dat gebeurt niet vaak, rijk is ie namelijk niet, helaas, en ik ook niet. ‘We gaan ergens eten waar we nog nooit met iemand anders zijn geweest,’ zeg ik, want dat is mijn nieuwe hang up.
Gelukkig is dat in Amsterdam niet ingewikkeld.

Bananenbar

In het Indiase restaurantje is het heel lawaaiig. Het is misschien een beetje té local: een lange tafel vol Indiers praat en lacht zo hard dat we allebei duizelig worden. Maar het eten is goed.Verhit staan we later weer buiten, middenin het oudste stuk van Amsterdam. Als vanzelf gaan we maar gewoon wat lopen. We verbazen ons over hoe de Warmoesstraat is veranderd, wijzen elkaar op legendarische kroegjes die er nog steeds zijn, memoreren restaurantjes, winkels, plekken van vroeger. Langs de hoeren, de bananenbar, waar we allebei een verhaal over hebben en dan staan we ineens bij het station en het Hilton. Van al dat wandelen zijn we koud geworden. ’Ik trakteer op een cocktail in de rooftop bar,’ zeg ik. Daar hebben we het al tijden over.
De skylounge is prachtig maar gekaapt door hippe twintigers met geld teveel. Zeer underdressed zijn we en bovendien is de muziek wel heel hard. Buiten op het terras staren we een tijdje over Amsterdam, J probeert de kerktorens uit elkaar te houden. Ik zie mijn oude huisje liggen, er brandt licht in mijn dochters kamer. Dan is het ook wel weer prima om te gaan, al lonkt de strawberry daiquiri.
Dat is vaak met J: zo’n verhit restaurant, een te drukke bar, iets rommeligs en onafs. Dat ongepolijste ga ik steeds beter snappen.

Kijk, dit is J, in het museum. ‘Ik ga niks doen hoor, met deze foto,’ zei ik. ‘Alsof ik nu in deze wankele fase van mijn leven een foto van jou zou kunnen delen met het woord forever er op.’
Maar forever is een nacht in Amsterdam.

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*