Berenjacht

Het regende zo hard op de Apollolaan.

Zo’n regen die op hagel lijkt omdat de druppels steeds terug stuiteren. De plassen gingen nooit meer weg, veranderden in een soort moesson-vaargeulen.

Dwars doorheen

Toen ik er nog woonde regende het ook in Andalusië maar op een of andere manier regende je daar nooit zo nat tot op je ondergoed. Omdat de buien korter duurden, denk ik. Omdat nooit iemand in de regen de straat op ging (Spaanse vrouwen zullen nooit en te nimmer hun haar nat laten worden). En omdat niemand daar fietste.
Maar nu moest ik van Prinseneiland naar Amstelveen en daarna weer terug. Het was typisch zo’n situatie waarop de zinnen van het boek Wij gaan op berenjacht van toepassing waren: ‘We kunnen er niet bovenover. We kunnen er niet onderdoor. O nee! We moeten er wel DWARS DOORHEEN.’  Ik had een regenjas én een soort regenponcho maar die hielpen allebei niet. Mijn laarsjes werden zwaar van het water dat ze opschepten, mijn capuchon waaide af, de regen was overal.

Love

Op een gegeven moment dacht ik: dan ga ik maar zingen. Singing in the rain, Raindrops keep falling on my head. It’s raining men. En daarna gewoon lievelingsliedjes. Steeds harder, mijn hoofd recht omhoog de moesson in. De paar andere dappere fietsers om me heen keken er wel van op. ‘And I wish you all the love in the world. But most of all, I wish it for myself.’ zong ik tegen een totaal verregende maar geamuseerde student.
Toen kreeg ik het heel koud en mijn ouwe noodfiets verloor het spatbord dat knarsend tussen mijn spaken draaide. Hoe godvergeten ver was toen Amstelveen. Maar toch, even was het gelukt, zong ik zomaar alle beren van mijn pad, domweg gelukkig in de Apollolaan.

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*