Nachtangst

Middenin de nacht klinkt ineens agressief geschreeuw op straat. ‘Nu!’ brult iemand. ‘Nu!’ Er is een keiharde knal en brekend glas. Een steen door de ruit van de juwelier, een bommetje in een auto?

Ik wil diep weg kruipen onder de dekens maar ook opstaan, kijken, de politie bellen. Intussen verplaatst het geschreeuw en geluid van dingen die in elkaar worden geramd zich, je hoort het nog wel maar je verstaat het niet meer.

Happy place

Ze maken de straat kapot, denk ik, de bomen en de planten, een spoor van vernieling. Al die lieve dappere winkeltjes, de restaurantjes, de huizen. Die oude geveltjes uit de achttiende eeuw, dat komt nooit meer goed. En dan krijg ik voor de zoveelste keer beelden in mijn hoofd van Aleppo en Damascus: de puinhopen die je op tv ziet, maar dan afgewisseld met hoe wij die steden zagen, nog helemaal niet lang geleden: vredig, welvarend, prachtig. Dat er dus maar een paar gekken nodig zijn om alles kapot te maken.
Mijn oudste dochters! Zijn die wel veilig binnen nu, moesten ze niet werken, uitgaan, laat nog over straat fietsen? Wat gebeurt er als ze dan zulke gekken tegenkomen? En de oudste gaat binnenkort weer op reis…
‘Mama,’ zei de middelste gisteren nog . ‘Wat is jouw happy place, de plek waar je het allerfijnste voelt?’ Ik zei dat dat mijn huisje was.
Maar huisjes zijn van bordkarton! Mijn happy place is nu veranderd: het is een hoekje waar ik rustig kan zitten met hele lange armen om mijn kinderen heen.

En natuurlijk gaat het voorbij en valt alles mee in het ochtendlicht. Maar even, heel even, voelde ik hoe een vluchtelingenmoeder zich moet voelen.

Reacties (1)

Laat een reactie achter op Ada Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*