Voor het eerst

Ik kwam na Praag terug in de herberg en er was een feest waar ik (uiteraard want ik was weg) niks mee te maken had gehad. ‘Ja mam, het is al niet meer helemaal jouw huis,’ zei de dochter die sneller kon schakelen dan ik.
Ik ging gauw weg in de nacht, voor het eerst slapen in mijn nieuwe huis.

Er lag alleen nog maar een matras die ik netjes had opgemaakt tot een soort campingbedje en in de badkamer een paar handdoeken. Nog geen internet, en een paar per ongelukke lampjes. Maar dat gaf niks want er kwam genoeg licht van buiten.

De dampkring

Er kwam eigenlijk héél véél licht van buiten. Niet alleen licht, ook geluid: auto’s, opgevoerde scooters, gepraat en gelach van mensen die net uit al die leuke kroegjes kwamen. En ik rook (een klein beetje maar toch) de snackbar naast me, waar de middelste dochter zo blij mee was (‘altijd verse patat, daar word ik gelukkig van’). En de wiet van De Dampkring, die rook ik ook.
Ik lag daar op dat bedje op de grond en ik dacht tegen mezelf: jij wilde toch keihard middenin het centrum wonen? Daar waar de actie is, waar de mensen zijn, waar altijd wel een bekende voorbij fietst en alle leuke winkeltjes, cafeetjes, restaurantjes die je maar kunt bedenken op loopafstand? Een overkill aan prikkels na al die jaren platteland? Nog even en je bent er totaal aan gewend. Aan het geluid. De geur. Het licht.

Braderie

Maar dat ‘nog even’ was nog niet voorbij. Ook het huis zelf had onbekende geluiden: het zoemde, kraakte, ademde. Er waren buren, hoe lang was het geleden, dat ik buren had? Zeventien jaar! Dat was het moment dat ik de stad verliet. Daar lag ik over na te denken: hoe ik na Praag ook nu weer terugkeerde naar mijn roots.
Om zes uur begonnen ze voor de deur een of andere braderie op te bouwen. Toen ik buitenkwam zag het eruit als Koningsdag. De zon scheen en Amsterdam zei: ‘Hallo Anna!’

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*