Mijn laatste voorleeskind

Ik lees haar voor, nog bijna elke avond.

Dan ligt ze na het eten in haar bed met al haar devices -telefoon, computer, ipad-, je vergeet gewoon dat ze er is. En dan gilt ze toch ineens naar beneden: ‘Mamaaaaaa, ik ben moehoe, kom je voor-le-zen!’

Oempaloempalied

Zoals mijn oma mij voorlas uit het grote zwarte sprookjesboek. Haar warme schoot, de geur van thee en chocola en hoe haar ademhaling veranderde. Zoals mijn vader daarna de socialistische jeugdboeken en de Hobbit, soms met een barst in zijn stem.
Ook op de school waar ik elke week kom. De ene klas De gebroeders Leeuwenhart, de andere Sjakie en de chocoladefabriek. We doen de lichten uit, de kaarsen aan en vallen met elkaar in de verhalen. Deze week zag ik een beetje bezorgd het eerste Oempaloempalied aankomen, maar toen het zover was ging het gewoon zingen. Ja ik stond voor lul en nee ik werd niet uitgelachen. Helemaal niet. Voorlezen is verleiden en verliefd worden.
Straks ben ik daar klaar en dan zijn de boeken niet uit, daar kan ik me echt zorgen om maken.

Bijna even groot

En dan kom ik thuis en dan ben ik eigenlijk zo moe. Maar dan roept mijn jongste dus: ‘Nu, mama, nee, niks vijf minuten want dan slaap ik.’ Dan laat ik alles maar dan ook alles uit mijn handen vallen.
Haar kamer is in permanente staat van ontbinding met overal verfrommelde kleren, halflege chipszakken en oude tostibordjes met aangekoekte ketchup erop. Daar zink ik neer op de viezige grond. Het gezellige leeslampje kan niet meer aan door al die andere shit die nodig moet worden opgeladen. Dus groot en fel licht over het slagveld. Terwijl ik lees kruipt ze diep weg onder de dekens, ik zie alleen haar ogen. En soms haar voeten, dan ligt ze ondersteboven. Maar ze beweegt niet.
Ze is mij vreemd met al dat wilde, nooit stil blijven zitten zelfs niet bij het eten, altijd maar dat voetballen in huis met dingen die omvallen, veel te hard stoeien met haar vriendinnen, de tv op foeilelijke soaps over zeemeerminnen. Nooit rust, nooit een boek. ‘Mama, we zijn bijna even groot,’  zei ze gisteren, we gingen een foto maken en het is zo. Dat wordt nóg zo’n lange blonde waarover nou nooit eens iemand zal zeggen ‘wat lijk jij op je moeder’.
Maar ik mag haar nog steeds voorlezen.

Reacties (5)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*