Verliefd op de bakkers

Ik werd helemaal een met de bakkers, mijn helden.

De geur van bakkend brood elke ochtend in alle vroegte was als thuiskomen. Ik wilde eigenlijk nooit meer weg en meteen nog een cursus en nog een. Werd natuurlijk innig vrienden met alle andere bakkers, zelfs de stomme. Kreeg een intense behoefte aan voorwerpen waarvan ik tot dan toe niet eens wist hoe onmisbaar ze waren (tarteletrondjes uiteraard! een pannenlikker hoe kon ik ooit zonder! en mixen met de vlinder). Ik kwijlde bij prachtig groen pistachepoeder, de allerbeste chocola ter wereld, eetbaar bladgoud. Er was iets met een presentatie en ik zwaaide zo trots met mijn cursusmateriaal dat mijn dochter zei dat ik leek op een opgewonden brugklasser met haar nieuwe boek.

Verliefd

Ik kwam thuis met een echt diploma, het was volbracht en om af te kicken at ik de hele avond achter elkaar door alleen maar tijgersoesjes, passievruchttaartjes, cafe noirtaart, macarons en langevingertaart. Nog nooit gebruikte spieren deden pijn van het kneden en mixen, de chocola zat overal, room kleefde in mijn haar.
Ik werd nogal sentimenteel bij de gedachte dat ik ooit op mijn achttiende bij de Bijenkorf was binnen gestapt om te solliciteren naar een baantje op de taartenbakafdeling. Toen was ik dus al al verliefd op de bakkers, de ovens, de geur. Dat ze daarvoor toen bij de Bijenkorf alleen maar pro’s aannamen en mij als troost een baantje gaven als taartenserveerster. Wat ik aannam. Waardoor mijn leven een dienstbare wending nam.
Maar stel je nou toch voor dat…

En nu kan ik dus meer dan ik kon en moet ik twintig kilo afvallen en mijn sjaal ruikt nog helemaal naar versgebakken brood.

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*