Happiness is a warm gun

’Na een jaar reizen verandert er iets wezenlijks in je.’ Dat zei ooit een medereiziger in Afrika. Het deed me denken aan wat mijn vader vroeger tegen mij zei: ‘Als je oud genoeg bent, zul je de schoonheid van de teksten van The Beatles pas echt begrijpen.’ Vol spanning wachtte ik af.

Ontworteling. Dat is denk ik wat er gebeurt na heel lang reizen. Je overal en nergens thuis voelen. Waarbij het ‘overal’ vooral voor Ilco gold en het ‘nergens’ voor mij.

Boos

Wonen in Spanje was een warm bad en ook nog eens de natte droom van elke schrijver. Dag in dag uit verhalen verzinnen tussen de olijfbomen. We woonden in een schilderij. Al dat eten aan de lange houten tafel onder de sterren. De amandelbomen die elk jaar bloeiden op mijn verjaardag. Ik wende aan het mañana, aan de siësta, aan de zomerhitte, aan altijd gratis tapas bij je bier.
Tegelijkertijd miste ik steeds meer mijn Nederlandse vrienden. En theater, film, boetiekjes, boekwinkels, het stadse flirten. ‘Je doet vaak zo boos,’ zei een vriendin. Ik mailde haar dagelijks, facebookte collega’s, schreef al deze blogjes. Als de stroom en dus het internet uitviel, raakte ik totaal in paniek, wat betekende dat? Soms hoorde ik mijn eigen hartslag, voelde het bloed door mijn aderen ruisen. Mensen betalen veel geld om zulke dingen mee te maken in een retraiteweek. Jezelf tegenkomen. Aan jezelf genoeg hebben.

We zouden inburgeren

We zouden inburgeren, dus keken we gewoon naar de Spaanse tv. Maar toen iemand ons een schotel aanbood, zeiden we geen nee. ‘Voor Ajax,’ zei Ilco. En sinds die tijd keken we nooit meer naar het Spaanse nieuws. Ik ging ook steeds vaker naar Amsterdam.
En nu zit ik hier aan dezelfde tafel die we ooit kochten op de Singel en die alle loodsen en internationale transporten moeiteloos heeft doorstaan. Mijn Spaanse leven voelt nu al als een droom; heb ik dat echt meegemaakt, zoveel jaar lang?
Er reist al een tijdje zo’n gedichtenposter met ons mee, van Kees Spiering. ‘Alsof je een plek bereikt. / Om je heen kijkt en weet / dat je thuis bent.’ Die poster hangt nu hier in de herbergkeuken. In één blik zie ik die tekst en door het keukenraam het IJ met daarachter het brutale silhouet van Amsterdam. Het beweegt. Het ademt. Het groet. Hoe hectisch het soms ook is in de herberg, ik bak de hele tijd taarten van liefde met steeds maar weer dat vergezicht. ’Alsof je dit al kende / voor je het zag. Er geweest was / voor je er zou komen.’
Het gedicht heet ‘thuis.’

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*