Mañana

‘Ik neem mijn kind NU mee. Dan maar geen prik,’ gil ik lichtelijk hysterisch door de geschrokken gangen van het centro de salud.
‘Neenee, dan krijgt ze waterpokken en heel erg hoge koorts en…’  zegt de boerse verpleger ontzet.
‘DAN KRIJGT ZE MAAR WATERPOKKEN!’

Volgens mij is de bureaucratie in Nederland anders. In Spanje duurt alles vooral heel erg lang en iedereen heeft alle tijd van de wereld. Ja, dat is een cliché -en het is waar. Ik heb heel hard geleerd om daar net zoals de Spanjaarden mee om te gaan: ontspannen, gelaten. Ik verbeeld me zelfs dat ik nu meer zen ben dan vroeger, dat er in mijn ongeduldige karakter iets is geluwd, milder is geworden.
En soms ineens helemaal niet.

Matricula

Alleen al het woord matricula geeft me een soort rilling. Dat betekent inschrijving en je doet het voor alles en elke keer opnieuw, met behulp van heel erg veel papieren. Deze week staat in het teken van de universiteitsexamens van de oudste dochter, die zelf heel verstandig naar Mallorca is gevlucht. Dus moet ik de matricula doen. ‘Echt begin deze week hoor mama, anders lig ik eruit. Ik schrijf het voor je op, het is makkelijk.’ Maar natuurlijk is het niet makkelijk – al was het maar omdat op de betreffende dag de site van de universiteit steeds ontploft door al die matriculeerders. En als je alles achter de rug hebt, komt het toetje: je moet onmiddellijk betalen, anders is het alsnog mislukt. Geen sprake van dat je het over kunt maken. In Zuid Spanje gaat iedereen gewoon nog met een zakje geld naar de bank.
In Montefrio zijn drie banken. De vorige keer dat ik iets moest betalen (een bekeuring), kon dat alleen bij bank drie, dus daar begin ik nu. Om er na een halfuur in de rij achter te komen dat ik in dit geval toch echt bij bank twee moet zijn. Waar de rij veertig minuten lang is.

Vacuna

Met een vaag papiertje met een onleesbaar stempel erop haast ik me hijgend naar de volgende missie: een vacuna, een inenting voor de jongste. Als je hier op je elfde nog geen waterpokken hebt gehad, krijg je een prik en aangezien Dunya als de dood is voor waterpokken, hebben we inmiddels drie maanden geleden de eerste antidosis gehaald. Daarna ging het steeds mis. Stond ik daar met het uit school geplukte kind, was de koelkast van de vaccinatievloeistof kapot, dat soort dingen.
En vandaag is de prikkenzuster er niet, hoewel ik heel nadrukkelijk met haar een afspraak heb gemaakt (dat moet altijd in de ochtend aan de balie, ook gauw een halfuur in de rij). Met twee krijsende baby’s en een hyper Dunya die allemaal lessen misloopt, wachten we voor een lege behandeltafel. Af en toe loopt er een verpleegster voorbij die de baby’s knuffelt, verder gebeurt er niks. Meestal heb ik een boek bij me, maar vandaag ben ik dat vergeten. De baby’s gillen steeds harder, Dunya smijt bonkend een stuiterbal tegen de muren en de ramen trillen onheilspellend. Ik word heel moe ineens.

Ambulancebroeder

Na een half uur komt er dan toch iemand: de ambulancebroeder gaat prikken. Want, zegt hij, de prikkenzuster draaide vannacht ambulancedienst.
En dan gaat het nog veel misser. Want van Dunya is -als Nederlands kindje- een apart dossier en dat vindt de man moeilijk.
‘Maar het zijn maar waterpokken. En ze heeft de halve dosis al gehad.’  Ik voel hoe mijn staat van zen ineens heel snel aan het afbrokkelen is. Al uren ben ik in het dorp vandaag – en voor wat?
De broeder toetst wat in op zijn mobieltje, bladert wat door vage mappen. ’Kom toch maar terug als de prikkenzuster er zelf is,’ zegt hij.
‘Oké. Maak maar een afspraak,’ neem ik knarsentandend mijn verlies.
‘Dat moet aan de balie.’
‘Maar die is nu dicht.’
‘Dan moet je later deze week terugkomen om een afspraak te maken voor de week erna.’
En dat is dus het moment.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*