Gisteravond

Ik ben voor het eerst alleen in mijn nieuwe huis.

Met twee dochters en een een poes vlieg ik enkele reis Amsterdam. Ik dacht dat ik heel hard zou lachen. Dat ik heel hard zou huilen, zuchten. Dat ik het heel erg koud. Dat ik heel erg moe. Dat ik heel erg thuis. Dat ik.
Ik kijk alleen maar de hele reis naar het groen van de Transaviastoel voor me.

Vriendinnen

Op Schiphol staan de vriendinnen van Chaia om haar op te vangen. Met een blije Ilco en heel veel tompucen proppen we ons in een  overbeladen trein en dan hup met het pontje. Ons huisje. Er lopen heel erg veel mannen. Schilders, elektriciens, iemand van het internet, aannemers, en nog heel veel meer mensen van wie ik geen idee hebben wat ze er doen. En zij op hun beurt hebben geen idee van het heugelijke feit dat hier de vrouw des huizes arriveert. De tuin is een en al zand en stenen. Er is geen pad voor de deur.
Ik ben net de serre-in-wording aan het bewonderen. als een journalist van Het Parool alweer voor mijn neus staat voor een interview.
Dan gaan we pizza eten met nog steeds al die vriendinnen van Chaia. Daarna gauw naar de buurvrouw de verhalenverteller om matrassen te lenen want de meubels komen pas over een week.
Er moet iets met fietsen, er moet iets met het paard gaan bezoeken in zijn nieuwe stal, de Spaanse poes moet een kattenbak en nodig eten, en waar zitten eigenlijk de lichtknopjes en oh shit handdoeken.

Dan is het ineens zover. De avond valt en ik ben alleen in het nieuwe huisje. Ik denk: ik ga op een bouwtafel zitten en gewoon maar een beetje om me heen kijken. Dit is mijn nieuwe droomhuis en ik geloof dat het heel, heel mooi is.
Ik kijk.
En het is zo.

Over het tuinpad zie ik ze alweer terugkomen van de paarden. En daarachter mijn beste vriendin met haar dochter die zomaar even komt buurten. Hoera, dat kan weer – eindelijk.

Ik spring op.

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*