Het zwarte gat van Montefrio

‘Dat oude naaistertje? Nee, die is vertrokken, samen met haar kleine hondje. Haar man woont hier nog wel.’

Montefrio is een mikrokosmos. Bloem denkt zelfs dat iedereen die hier woont uiteindelijk terug te leiden is tot één stamboom. Voor veel mensen is de provinciegrens het einde. Misschien gaan ze heel soms een dagje naar Granada en wie weet een keer in hun leven naar Madrid of Malaga. Maar dat is het. Het is geruststellend en ook een beetje eng om te bedenken dat als we straks verhuisd zijn en over een paar jaar terugkomen, er nog steeds precies dezelfde mensjes over straat schuifelen in hun vaste rondje van de slager naar het postkantoor en terug via een van de talloze apotheken die dit kleine stadje rijk is.

Verdwenen

Maar Montefrio heeft ook een zwart gat, en heel soms heb je daar even zicht op. Neem de twee broers van het tankstation, die ook de schoolbus runnen: een boze en een lieve. Ze zijn er altijd, zelfs tijdens de siësta, het is hun tankstation en hun bus. De ene broer kan nooit ophouden met grapjes maken en lief kijken, de ander weet van de weeromstuit niet meer hoe dat moet, lachen, altijd somber en kwaaiig kijkt hij – alsof hij die lieve, leuke broer het liefst de bus uit zou rammen.
Tot op een dag alleen nog maar de lieve broer in de schoolbus zit. De andere broer is ‘weggegaan’. Niemand weet waarheen, niemand praat er verder nog over. Verdwenen, van de ene dag op de andere.
Of het mannetje van het postkantoor – helemaal nog niet zo oud – die de helft van de ochtend het briefje ‘ik ben aan het ontbijten’ op de deur geplakt heeft, zodat we daar collectief staan te wachten met onze brieven en pakjes. Ik verdenk hem er altijd van dat hij stiekem alle brieven leest, hij kent in ieder geval iedereen en weet op welke brief je wacht. Weg, ineens. Nu zit er een keurige jongen die elke keer mijn naam vergeet.
En vandaag is het dus ook de oude naaister overkomen. Oud en krom is ze, altijd bibberig van de kou. Ze haat haar altijdkoude huisje, loopt er meestal bij in een dikke duster, ziekelijk bleek. ‘Ze zei vaak: op een dag stap ik op de bus en ga ik hier weg,’ vertelt haar buurvrouw. ‘Kennelijk heeft ze dat nu ook gedaan. ‘
En dat is het. Haar hondje nam ze mee, haar man niet

Eindeloos ontbijten

Waar is die plek waarheen je vanuit Montefrio zomaar kan verdwijnselen?  Schijnt daar altijd de zon? Zijn daar geen onuitstaanbaar montere broers in buurt, kun je daar eindeloos ontbijten? En zullen de mensen straks ook zo over ons praten: ‘Die Nederlandse familie met al die blonde dochters? Ach ja, die zijn verdwenen, ja. Gewoon, weg.’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*