Die zomer

“Ineens waren ze er, de vriendjes. Jarenlang hadden mijn grote zussen er met dedain en desinteresse over gepraat en was ikzelf degene die verkering had en voor het eerst een jongen zoende. Dat was toen ik negen was, in de schoolbus. Nu kon je geen zussenkamer meer inlopen of er zat er eentje te skypen die gilde dat ik weg moest, nu nu. Aftershave geuren walmden door het hele huis, vriendjes gingen alsof het de gewoonste zaak was mee naar het strand. Zelfs de trampoline kon je niet meer argeloos betreden.”

Zo’n soort boek wil ik nog wel een keer schrijven of nou ja, met deze sfeer en achtergrond. De zomer van de vriendjes – en dan vanuit het jongste zusje.

Processies

Mijn eigen perspectief is een stuk prozaïscher. Het heeft te maken met ruimte, met je eigen leven terug. Deze Spaanse paasvakantie zit de ene dochter de hele week in Nederland bij een jongen, de ander vertrok voor een paar dagen naar Granada om met haar novio de processies van de Semana Santa te bekijken. Zelfs een gezamenlijk paasontbijt valt amper in te plannen.
Per ongeluk oefen ik op de rol van schoonmoeder – die had ik nog niet aan zien komen. Maar het Spaanse vriendje doet erg zijn best, leert zelfs Nederlands. Als hij mijn dochter op komt halen voor de processies, komt hij speciaal nog even het huis binnen om mij te begroeten en me ernstig te verzekeren dat hij goed voor haar zal zorgen.
En hij wil met me op de foto! Kom erbij gebaart hij enthousiast, als hij staat te poseren met de jongste. Dat levert dit soort heerlijk ongemakkelijke beelden op. Mijn Spaanse schoonzoon, wie had dat nou gedacht.
‘Nog niet hoor, je schoonzoon,’  moppert de jongste dochter op de achtergrond. ‘Gewoon een vriendje.’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*