Berenfamilie

‘Als je nú je kamer niet opruimt, ga ik slaan,’  zeg ik tegen mijn hangjongere van elf. Dat ligt daar de hele tijd maar op de bank met haar telefoon en de tv, op een berg van uitgeschopte kleren, huiswerk, Donald Duckjes en serviesgoed van haar nogal uitgebreide lunch.

Dunya verdwijnt naar haar kamer, met keihard muziek op haar telefoon. Ze blijft lang weg, terwijl ze normaal razendsnel haar rondslingerende kleren in een kast propt. Ik hoor haar met dingen slepen.

Afgeragde poppen

‘Kijk mam,’  zegt ze even later. ‘Ik heb twee weekendtassen en die grote mand vol met knuffels weg gedaan. Die mag je aan arme kinderen geven. Ikzelf ben er nu te groot voor.’
Haar kamer is inderdaad verrassend ruim ineens maar achach… de afgeragde poppen met de rare namen die nog van haar zussen waren… de mooie pluizige kraamknuffels die al die jaren trouw aan haar zijde stonden op en om haar bed… alle ijverig bij elkaar gespaarde barbies met hun schitterende garderobe van prinsessenjurken en hakschoentjes… zelfs mijn eigen oude berenfamilie waar ik als kind mee speelde in plaats van met poppen…
Natuurlijk, het is heel gezond voor een meisje dat volgend jaar naar de brugklas gaat. Al is het mijn jongste, ik ga hier niet sentimenteel over doen.

Diezelfde avond komt ze ineens haar bed uit. ‘Ik zet even muziek op mama, anders kan ik niet slapen.’
Dat zinnetje heb ik lang niet meer gehoord. ‘Niet te hard hoor,‘  zeg ik nog – maar dan schalt het al over de speakers: ‘Kleine beertje Pippeloentje, geeft zijn mamabeer een zoentje, geeft zijn papabeer een hand…’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Laat een reactie achter op Ada Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*