Pioniers

Hij komt uit Napels en zij uit Madrid en het zijn de mooiste mensen die ik hier in tijden heb gezien. Een love story, maar vooralsnog zonder happy end.

Er was geen werk voor hem als kok in Napels en voor jonge mensen in Madrid is het misschien nog wel erger. Dus toen een familielid van haar zei: ‘Kom naar de campo, hier in het pittoreske olijfdorpje Montefrio staat nog wel een gebouwtje leeg, daar kunnen jullie je eigen restaurant beginnen.’ Toen deden ze dat.

Opaatje

We zijn de enige klanten, er hangt alleen een opaatje aan de bar. ‘We hebben één menu,’  komt de kok vertellen, ‘vandaag is dat spaghetti bolognese.’
We bestellen spaghetti bolognese. Dat duurt lang en in de tussentijd komt de eigenaresse, eerst vrolijk maar steeds grimmiger, vertellen hoe groot het verschil is tussen dit dorp en de stad. Dat ze Madrid verschrikkelijk mist, de hele dag door. Daar kan ik me natuurlijk van alles bij voorstellen. ‘Maar het is maar vijf uur met de bus,’  zeg ik. ‘En ken je onze vrienden van de bed and breakfast? Die komen ook uit Madrid.’ Ja, die zijn al in haar restaurant geweest en ja, dat van die bus weet ze ook natuurlijk. Maar toch…

Tranen

De pasta is spectaculair. In zoiets simpels verraadt zich de meester. Geen sprake van dat de Spanjaarden zo’n verfijnde tomatensaus zouden kunnen maken. Paella, boquerones, ham, allemaal heerlijk. Maar dit… Toch heeft de kok er een hard hoofd in. Even later komt hij bij onze tafel uitleggen dat de Spanjaarden niet onwelwillend zijn, maar wel behoudend. Ze kennen en willen geen pesto, geen ‘lasagne met amandelen’, en ze verkiezen altijd Spaanse wijn boven de Italiaanse. Ikzelf ben ook dol op Spaanse wijn, maar de Montepulciano d’Abruzzo die ik vandaag ingeschonken krijg (voor 1 euro 80 per glas) is de lekkerste wijn sinds maanden.
Ik zoek de hele tijd naar het Spaanse woord voor ’pioniers’, ‘Poco a poco,’ stap stap voor stap, zeg ik uiteindelijk tegen de kok. Dat klinkt een stuk minder heldhaftig en zijn mooie blauwe ogen lopen vol tranen. Hij gaat nog net niet handenwringen. Ja, ‘poco’  is langzaam in Montefrio.

‘Zullen ze het redden?’  zeggen Ilco en ik later tegen elkaar. Dan blijkt dat we los van elkaar besloten hebben om hier een traditie van te maken en elk weekend dat we er allemaal zijn in dit restaurant te gaan lunchen. Niet dat we de illusie hebben dat we dit verliefde stel daarmee kunnen redden. Wel omdat het lekker is. En omdat we, vrees ik, onverbeterlijke romantici zijn.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*