D-Day

Ik deed ‘een Volkskrantje’: een dagje mee met MisterPeace.

‘Hoezo hebben we geen fotograaf? Ik bel zelf de Telegraaf wel, hier heb ik het nummer van de fotoredactie. Jongens, ik heb wat voor jullie… Hoezo een mail sturen? Het is NU, er moet NU iemand naar het Rijksmuseum.’  Zwiep op de telefoon, volgende. ‘Regelen jullie intussen even Hart voor Nederland? Laat die exclusiviteit maar los.’ Zwiep. ‘Fuck, wat doet die tomton raar, (tegen mij) reset jij hem even?’ Zwiep. ‘Neem nou ohop!’ Zwiep. ‘Ha daar ben je. Ik heb hier weer tien berichtjes van de horror manager, de artieste is weggelopen op de repetitie gisteren. Check jij even of ze vandaag wel in de auto zit? Dank je.’ Zwiep. ‘Wat? Laat die man van het ANP mij  even bellen, dan loods ik hem naar binnen.’ Zwiep. ‘Jongens geef even door aan de artiesten dat ik een kwartiertje later kom. O, dat hadden jullie al voorzien?’ Mooi. Shit, die tomtom is echt op hol geslagen.’ Parkeert de auto in het gras langs de snelweg, graait de tomtom uit mijn handen. ‘Zo moet je dat doen.’
Hup, de snelweg weer op, slingerend met de telefoon aan zijn oor. ‘Rechts? Hier?’
‘Bestemming bereikt,’ zegt de tomtom in de middle of nowhere. Ilco parkeert op een bushalte alsof dat al die tijd de bedoeling was en belt Roel van Velzen. ‘Kom ook even naar het Rijskmuseum, daar zijn we met Oleta Adams en een topper uit Afganistan. Er is pers. Of zit je in de studio? O. Ah, je komt toch. Goed zo. Ja, nu.’

Paparazzi

Tussenstop: een van de vele MasterPeace Hotels waar MisterPeace een paar artiesten in het zonnetje intens hartelijk toespreekt. Ik doe, zoals hij: groeten met de de ene hand op je hart, terwijl ik me ondertussen een beetje bezorgd afvraag of de man uit Syrie moslim is (hoe zit dat ook alweer daar? Genant dat ik dat niet weet) en of ik hem dus uberhaupt wel een hand kan geven. Gelukkig blijkt hij een Pakistaanse sufi.
We stappen over in een cool MasterPeace-busje samen met de artiest uit Afganistan en halen snel Oleta Adams en haar man op bij het Okura en scheuren dan door naar het Rijksmuseum. Onder een spectaculair stralende septemberzon stappen we het busje uit en ja, er is pers: we worden meteen gevangen door een paparazzi-achtige stoet van fotografen.
Ook de mensen van het Rijksmuseum komen aangesneld. ‘Mogen wij u meenemen voor een speciale tour…’  Een haagje veiligheidsmensen in zwarte pakken komt onopvallend om ons heen en veegt en passant soepel alle mensen weg voor de Nachtwacht. Zo dichtbij zag ik hem nog nooit! Gelukkig is het publiek niet boos. Integendeel, ze houden allemaal hun telefoontjes in de lucht om te fotograferen hoe de MasterPeace-sterren voor ons eigen masterpiece worden gefotografeerd.  De Telegraaf voorop.

Geweer

Twee uur later zit ik te snikken bij het Metropole Orkest  in Hilversum. Niet om de nog steeds voortrazende hectiek om me heen die maakt dat alle MasterPeacers een beetje groenig zien en ik me duizelig voel, niet om de horror manager die ook daar weer rondloopt (‘mijn artiesten willen alleen maar eten in een eigen, aparte ruimte’) en zelfs niet om het tot gitaar omgesmede geweer van zanger Cesar Lopez wat door de veiligheidsmensen van Schiphol in beslag is genomen.
Ik huil om een podium vol muzikanten met stemmen als klokken die zingen vanuit hun tenen, met zoveel passie en kracht dat alle oorlogen waar ook ter wereld even hun kop houden. Ja, nu snap ik het weer. Alles.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*