Ogen als pikzwarte sterren

‘Mam, ogen als pikzwarte sterren… serieus?’ Als ik niemand meer durf te vragen, als  iedereen op vakantie is of te druk met zelf schrijven, heb ik altijd nog mijn briljante Chaia om me te behoeden voor literaire blunders.

Chaia leest mijn roman, versie zoveel, ik ben opgehouden met tellen. Misschien komt dit boek wel nooit af. Dat ligt dan niet aan haar. Het overdragen van de liefde voor lezen is bij Chaia af en toe een beetje te goed gelukt.

Zwerver met vleugels

Zo kan het gebeuren dat ze ver na middernacht voor mijn gigantische jeugdboekenkast staat, bijna in tranen. ‘Ik zoek een boek als Wonder, net zo lang als de boeken van Thule of anders zoiets als Voor ik doodga of die.’  (wijst op John Green.) ‘Nee, Gebroken soep heb ik al duizend keer gelezen en Per Nilsson, is dat die van Melisse? Hm. Dat van die jeugdboeken van Imme Dros zeg je elke keer, maar ik hou meer van de mythische verhalen van haar. Wat was dat boek ook alweer over die zwerver met zogenaamd vleugels die ineens in een schuur lag? O ja, maar waar is het? Waar is het?’ Uiteindelijk vertrekt ze met vier, nee vijf (‘vier is een eng aantal’) boeken naar haar bed. En op mijn ‘breng je ze wel weer terug als ze uit zijn?’  krijg ik niet eens antwoord. Chaia slaapt, eet, leeft op een reusachtige boekenberg. Samen met haar telefoon.

Temperament

Ik doe alles voor Chaia, vooral als ze mijn manuscript leest. Dan sluip ik om haar heen (‘stil nou Dunya, stoor haar nou niet’) en was af in haar plaats.  Commentaar krijg ik in flarden. ‘Dat dansen heb je goed beschreven.’  ‘Het begin is nog steeds rommelig.’  Na het lezen van de voorgaande versie zei ze drie dagen later: ‘Ik zat er vannacht over na te denken, er mist een verhaallijn, dat je in drie zinnen kan zeggen waar het over gaat.’  Oeps. Ik heb inmiddels een soort spiegelverhaal gemaakt, ik hoop zo dat ze het pakt. En dat ze de gruwelijke sleutelscène wel herkent als zodanig – maar ook weer niet te gruwelijk vindt, niet zo gruwelijk als ikzelf. Je weet het nooit helemaal bij jongeren.
Ze leest als een razende, nog veel sneller dan ik. En dan, ineens stopt het, middenin een zin. Dan lijkt het wel alsof dat slimme hoofdje ontploft, dan moet ze naar buiten. ‘Mam, kan je me even brengen?’ Dat kan ik. En een bergje verderop bestijgt Chaia haar paard, de al net zo temperamentvolle Pegasus, om zonder zadel door de pasgemaaide velden ervandoor te galopperen. Kei- en keihard.
Ik blijf achter met mijn gezicht in de wind en mijn halfgelezen manuscript. Goed, pikzwarte sterren bestaan niet (nog erger, er stond: ‘pikzwarte sterren in een witte lucht’), wat is er dan aan de hand met die ogen…?

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*