Niet schuilen

‘Mam, ik wou dat ik in Thule woonde.’ Ha gelukkig, ze weten het nog: waar het wél veilig is.

Ik kan het ook nog: me naar parallelle werelden lezen. Ik schreef er nog over in relatie tot Garcia Marquez. Als kind liep ik meestal niet door de grauwe nieuwbouwwijk waar ik opgroeide maar door Nangijala: tovergroen gras en klaterende beekjes in plaats van beton en beton. Achterin mijn klerenkast begon Narnia en eigenlijk zat ik op de kostschool waar alle meisjes elke nacht nachtfeesten hielden met koekjes en interessante dingen zoals plakken (?) koude kip. En over eten gesproken: ik eet heel vaak Willy Wonka’s chocola, Pippi’s peperkoekjes en de karamelcake is die ik bak is die van Minny.

Dood

Dat is een beetje jammer van al die dystopieën waar mijn dochters zo dol op zijn. In Panem wil je écht niet wonen en ook niet in FAKZ. Net als Lord of the flies, het oerboek, begint Gone heel idyllisch: alleen de kinderen zijn overgebleven in de Fall-out Alley KinderZone en ze leven eerst vooral op chips. Maar al heel snel maken ze elkaar dood, jagen elkaar op en maken die hele wereld doodeng en onveilig. En in de nieuwe serie Divergent (drie miljoen boeken verkocht, de film komt eraan) vallen de ouders al in deel 1 dood voor je ogen neer, binnen een paar bladzijden.
Als ik die boeken zo lees met mijn dochters mee, begrijp ik niet waarom er nog steeds discussie oplaait over de tere kinderziel waar wij schrijvers zo voorzichtig mee om moeten gaan. Lezen die mensen die daar zo dramatisch over doen eigenlijk überhaupt nog wel eens een populair jongerenboek?

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*