Zoenen, twee keer

5 kilo sinaasappels, een kistje aardbeien, 3 kilo tuinbonen, 24 eieren, een hele kip in kwarten… Vriendin J gaat steeds geschrokkener kijken. ‘Daar doe ik thuis meer dan een week mee. ‘
Het zijn de boodschappen voor een dag of twee, drie.

We hebben al een herberg: op de berg en vol met hongerige kinderen, vriendinnen en aanwaaiende gasten. Als ik een taart bak, is hij binnen een uur op – deze week alleen al vier stuks. Daarom ben ik goeie vrienden met de plaatselijke groenteboer, de visvrouw en de twee slome slagerinnen.

Anita

Door de ogen van J zie ik de schattigheid van alles. Mijn favoriete zigeuneromaatje (geen tanden meer, maar haar haar is nog pikzwart) valt me bij de vis om de hals en blijft maar roepen hoe gaupa ik vandaag ben. De groenteboer vraagt advies wat te doen met een voor hem totaal nieuwe groente (alfalfa), de slagerin weet hoe ze mijn karbonaadjes moet snijden: ‘De hueso a hueso, Anita?’
‘Zoenen, twee keer.’  Ik hoor het mezelf J een paar keer in het Nederlands souffleren. Dat gaat nog raar worden straks in Nederland, als ik uit pure gewoonte de bakker en de slager twee kussen ga geven als ik ze weer zie.
En als J haar hak breekt op de schotsenscheve keitjes, is dat toevallig net voor de deur van mijn favoriete schoenmakertje. Met een ernstig gezicht analyseert hij de situatie en begint verwoed te lijmen en te slijpen. Als J haar portemonnee trekt, is hij beledigd. ‘Anita is een vriendin.’

En dan betaal ik voor zes volle tassen groente ook nog eens minder dan vijfentwintig euro. Ach, Montefrio…

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*