Tournee

Bassie. Zo heet de chauffeur van de circusbus. Hij heeft dreadlocks en een lange pandjesjas en rijdt ons schrijvers nog steeds van schoolplein naar schoolplein om de sprookjesboeken uit te delen. Ik kan inmiddels zwaaien als de koningin. ‘Dag lieve schrijvers, dahag dahag,’  zingen de kinderen en dat is lief en eervol – en ook een beetje genant.

Surinaamse scholen, Turkse scholen, evangelische scholen, montessorischolen, helemaal zwarte en helemaal witte scholen. Scholen met de tien geboden aan de muur (‘ik mag niet doden’) of met teksten als ‘wij hebben respect voor elkaar en spreken Nederlands’. Op sommige pleinen staan  er zelfs stadswachten klaar om de drukte te beteugelen. Soms kan de bus de smalle bochten niet nemen, en drie scholen lang staat hij stil met pech. Dat is dan meteen een anticlimax. Maar verder rijden we steeds rondjes, komen we op een of andere manier voortdurend langs dezelfde afslagen, kruispunten en winkelcentra. En langs het droomhuisje bij de Sixhaven, elke keer weer de schok van de verliefdheid. Ga ik écht aan het IJ wonen, kom ik (wereldreiziger, Spaanse, getrouwd met een avonturier) écht weer terug?

Glazig

We gaan zelfs naar het boerenschooltje waar ik ooit nog eindeloos op het schoolplein heb gestaan. ‘Zo leuk, mijn eigen dochters zaten hier op school,’  roep ik tegen een gymzaal vol glazig kijkende kinderen. Er zijn er welgeteld drie die zich mijn jongste dochter nog herinneren.
Mijn leven is een rode circusbus die alsmaar rondjes rijdt.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*