Doorleefd en afgeragd

‘Zou jij echt doodgaan zonder boeken?’ vroeg een interviewer een keer, ik geloof dat het Paul Rosenmöller was.
‘Welnee wat een onzin,’  zei ik – en er viel een ongemakkelijke stilte.

Ja, het staat in mijn bio, dat pathetische zinnetje, nog steeds trouwens. En wat ik natuurlijk bedoel is dat ik heel graag omringd ben door boeken. Daarom hou ik zo van hele grote verdwaalbibliotheken met meerdere verdiepingen en roltrappen. En daarom ga ik ooit nog eens een nacht in een boekwinkel slapen (ik weet ook al in welke, er ligt zelfs een uitnodiging).
En als ik schrijf wil ik heel graag mijn boeken om me heen hebben.

Canon

Mijn boeken zijn mijn vrienden. Daarom mogen ze ook lekker doorleefd en afgeragd zijn. Ze zijn geladen met de herinneringen aan het lezen ervan. Een boek vol met zand, van die eindeloze vakantie toen ik steeds maar weg wilde vluchten in dat verhaal. Een boek dat ruikt naar de lange doorrookte nacht toen ik het maar niet weg kon leggen omdat ik anders te hard zou gaan malen. Boeken met woeste strepen in de kantlijn van wat ik ooit (achossie) heel mooi en wijs vond, ezelsoren van het voorlezen. Boeken die openvallen op seksscènes, huilscènes, allemaal goed.
Daarom voel ik me ook niet geroepen om allerlei suggesties te roepen over ‘de canon van de Nederlandse kinderliteratuur’ die een groep dappere leesbevorderaars aan het maken is. Natuurlijk moet ieder kind eigenlijk dit boek… en dat… en dat…
Maar mijn lievelingsboeken zijn uiteindelijk super persoonlijk.

Hard core

Tussen al die planken vol boeken om me heen, is één kast met hard core lievelingsboeken. ‘Hoezo?‘  vroeg mijn dochter laatst. ‘Rode Zora, dat vond jij ook niet om dóór te komen toen je het voorlas. En wat voor raar boek is nou weer ‘De veer en de roos’?’
Maar Zora is een subpersoonlijkheid van mijn jeugd, net als (ook niet meer te lezen behalve door mij) Lijsje Lorresnor. En dat boek van die veer kreeg ik cadeau van mijn eerste uitgever, ik las het alsof het vol stond met persoonlijke boodschappen aan mij alleen. Afke’s tiental leerde me hoe een goede moeder moest zijn, Een zomerzotheid hoe je aanstuurt op je eerste zoen. En ik werd een idealist voor altijd van de boeken van Lisa Tetzner. Allemaal achterhaald, allemaal fout nu. En natuurlijk kan ik zonder ze.
Maar inderdaad, als ik later bijna dood ga en ik raak de dingen langzaam kwijt, dan heb ik die boeken wel heel hard nodig, net als – ja- vrienden.
Om te weten wie ik was.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (5)

  • Huh? De bende van (Rode Zora) is nog heel goed (voor) te lezen voor kinderen van nu hoor. Tien jaar geleden aan zoon (nu twintig, herinnert het zich nog goed) en afgelopen zomer uitgeleend aan 8-jarige dochter van een vriend, die het in een kla uitgelezen hebben (en daarna de andere boeken van Kurt Held opgezocht hebben)

  • Heel goed Kees! Ik zal het ook nog een keer proberen, soms is de timing gewoon even verkeerd.

  • Zo hoort voor mij ‘De Gebroeders Leeuwenhart’een beetje kleverig te zijn, omdat ik het cadeau kreeg van Sinterklaas en het las onder de dekens met een groot stuk roomborstplaat voor de troost.
    En Lijsje Lorresnor staat er bij mij ook tussen. Omdat ik die – o toeval – uit een oud papier container op school had gevist waar iemand van de schoolbibliotheek – o doodzonde – de weinig gelezen boeken gewoon in had gekiept. Bleek het een boek te zijn over een meisje dat lorren snort op de vuilnisbelt. Dan kan je zo’n boek dus nooit meer uit je systeem krijgen. En het Lorrensnorren ook niet. Of Dingenzoeken.

  • Ach… Afkes Tiental, mijn zussen en ik hebben het kapot gelezen…

    Ada

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*