Bedorven octopus en kattengejammer

Wat is het heerlijk koel in huis, denk ik. Ik kijk op de thermometer: het is binnen nu 28 graden…

Hoe je leeft in de hitte: traag als een langzaam smeltend ijsje. Niemand gaat de deur uit tussen 12 en 5 – wat dat betreft lijkt het de Sahara wel; al het sociale speelt zich af aan de randen van de nacht, zowel ‘s avond als ‘s ochtends.
Ik hou van dit hete leven, van het zweet en het bloot. Alle ramen en deuren open en slapen onder een heel dun lakentje. En de hele nacht het gezoem van de ventilator.

Pootjes

Wel jammer: waar eerst nog wilde bloemen stonden, is alles nu dor en bruin. En we leven in een soort permanente hondsdagen. Zo had ik gisteren een enorme bedorven octopus in mijn keuken; van alles wat je in een keuken wilt tegenkomen… hij wandelde al bijna zelf weer naar buiten, op zijn paarse octopuspootjes.
Ach.
Iedereen mag komen zwemmen in ons zwembad, tot diep in de nacht blijven zitten aan onze lange buitentafel. De deuren van onze patio staan altijd open en de wijn is altijd koel.
Maar als ik mocht kiezen… dan was ik nu een van onze vele zwerfkatten, bij voorkeur een van de katers. De hele dag op de sloomste plekjes niks liggen doen, onder de amandelboom, de mispel, of midden op het stoepje bij de deur, schaamteloos languit met één oog open, een beetje superieur zwiepend met je staart.
En dan, zodra de zon onder is, hup het dak op en op zoek naar de vrouwtjes.
Ja hoor, bingo! Met zoveel wilde katten is er altijd wel eentje krols. Vanuit mijn bed hoor ik ze juichen.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*