Moois

Het klinkt zo romantisch, maar het ziet er zo lelijk uit. Een dorpsfeest in Zuid Spanje.

De feestruimte van Montefrio is een soort loods met bijbehorend licht en gebarsten beton op de vloeren, koud en tochtig overal. Er hangt een doordringende walm van tapas-worsten zodat je meteen bij binnenkomst al weet dat je die ochtend je haar voor niks hebt gewassen. Iedereen drinkt grote hoeveelheden bier uit plastic bekertjes en aan de muur hangen sneue zelfgemaakte posters waarvan de randen alweer los hangen. Ook is er muziek, uit een zeldzaam slechte geluidsinstallatie. Als je heel goed luistert, krijg je misschien iets door als: ‘Words don’t come easy…’

Dia de la mujer

Dia de la mujer, vrouwendag. Vorig jaar was ik er niet bij (want aan het werk in Nederland) en dat heeft mijn dochter mij het hele jaar lang nagedragen. ‘Toen jij niet kwam bij mijn allerbelangrijkste dansvoorstelling…’
Dus nu heb ik het heel goed onthouden: op het feest van vrouwendag moet ik in Montefrio zijn, want dan danst de flamencogroep van Chaia.
De meisjes in hun wit-rode fladderrokken lopen met strakke gezichtjes van de zenuwen (en de dikke laag make up) onrustig in het rond. De strenge zigeunerin die hun danslerares is, loopt keurend aan ze voorbij: hier verschikt ze een bloem, daar moet het knotje opnieuw, een ander moet toch echt haar vuurrode korset strakker doen.

Harendans

En dan mogen ze eindelijk dansen, op een net iets te hoog podium. Dikke meisjes, kleine meisjes, meisjes met pukkels en meisjes met kromme ruggetjes – en allemaal voelen ze zich op slag beeldschoon. Flamenco is zo supervrouwelijk: daar rollen ze zomaar vamperig over de grond, slaan hun rokken om zich heen, draaien elegant met hun armen.
Tussen twee nummers door gaan in de coulissen haastig de knotjes uit, haarspelden en bloemen vliegen door de lucht. En dan dansen ze op de meest geweldige manier: met hun haren, die ze rondzwieren en vastpakken en dan weer voor hun gezicht laten vallen.
Is het de woeste zigeunerin die als een bezetene aan de zijkant mee staat te dansen en te klappen op een onmogelijk ritme? De statige teksten van de trotse Andalusische volksliederen? Of toch de extreme serieusheid en toewijding op al die meisjesgezichten?
Het overvalt me. ‘Nog even en ik ga huilen,’ zeg ik tegen Bloem – die wijselijk een paar stappen opzij doet.
Ik neem snel een paar grote slokken van Dunya’s lauwe cola, want, echt, het is bijna niet te doen: zoveel moois onder de TL-buizen.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*