Comfort zones

Het regent op Bali. Al de hele dag en voorlopig gaat het niet over, schijnt. Door de straten van het stadje schuifelen geschrokken toeristen, de wegwerpregenparka over het vrolijke strandhempje als een slechtpassend condoom.

Reizen haalt je uit je comfort zone – dat verkondigde ik net voor we op reis gingen nog met veel aplomb in een interview. Maar nu zie ik het weer in de praktijk. Gezinnen die, nu de zon er niet is, de veiligheid missen van hun vaste rituelen en op een boze manier maar van alles gaan kopen. De Nederlandse studenten die ik middenin de nacht in het hotel gigantisch hoor ruziemaken: ‘Denk je dat ik het zelf normaaal vind dat ik mijn beste vriend op zijn bek heb geslagen? Maar daar kan ik dus altijd al niet tegen: dat jij altijd maar je gelijk wilt hebben!’
Ik lig stilletjes te luisteren en probeer me voor te stellen hoe het is als je met je beste vrienden op vakantie gaat, helemaal naar Indonesie. Je koopt gigantisch dure tickets, belandt uiteindelijk midden tussen de toeristische highlights, boekt een excursie en dan… Dan gebeurt er dus, ver weg van je studentenhol, iets waardoor alle vriendschap zomaar in rook oplost. ‘Wat moeten ze nu?’  zeg ik tegen Ilco. ‘Allemaal apart verder?’ ‘Of ze slapen er een nachtje over en zeggen morgen ‘zand erover’ tegen elkaar,’  zegt Ilco laconiek.

Flauwgevallen

Een paar dagen geleden toen we nog in Yogya waren, rende er op klaarlichte dag een gillend anorectisch meisje van een jaar of zeventien door de hotelgangen. Omdat ik toevallig de enige Nederlander in de buurt was en zij alleen nog maar Nederlands leek te kunnen praten, probeerde ik haar te kalmeren. Het bleek dat ze buikgriep had en haar familie zonder haar een dagje naar de Borobodur was gegaan. Ze was wakker geworden om te kotsen, flauwgevallen, en dacht nu dat ze een enorme hoofdwond had. Het was nog best lastig om haar ervan te overtuigen dat het alleen maar een klein schaafwondje was. ‘Maar mijn hele gezicht voelt verlamd’.
‘Ga maar weer in je bed terug,’  zei ik met mijn moederlijkste stem, ‘je moet gewoon uitzieken. Met je gezicht is niks aan de hand.’ Toch stond ze erop dat de wond ontsmet zou worden. ‘Het is hier allemaal zo vreselijk primitief,’  jammerde ze (dit was het hotel waarover ik in het vorige blog schreef dat het zo luxe was). En toen ze eindelijk weer in haar bed lag, fluisterde ze nog doodsbang: ‘Wordt het echt een groot litteken? Ik heb volgende week namelijk een fotoshoot…’

Niemandsland

Het is eng om uit je comfort zone te zijn, dat snap ik heel goed. Zoals vandaag. Je flaneerschoentjes soppen van de regen, je geeft teveel geld uit, je snapt niet waarom je hier eigenlijk bent en niet gewoon thuis op je zonovergoten patio – of bij je oude moedertje.
Aan de andere kant, ik was gisteren weer even zo gelukkig in niemandsland. We maakten een busreis van meer dan twintig uur en het was nacht. Lekker slapen was uitgesloten, de bus stonk inmiddels behoorlijk en ik snakte naar tandpasta en een haarborstel. Maar toch. Dat schokkerige rijden door de nacht, ook nog met bus en al op een slome veerboot en dat het dan gaat regenen… het had iets fijns desolaats. Ik kon niks en ik moest niks. Lauwe nassi eten bij een onbestemd wegrestaurant en daar snel even plassen in een onhandige sta-wc. En dan weer verder de nacht door.
Misschien snapt niemand mij, maar, net als in een droom, kan ik me dan zo heerlijk vrij voelen – met niks, om niks.

Reacties (7)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*