Poepen in het paradijs

‘Mam,’ roept Dunya enthousiast, ‘ik ruik natuur!’ We zijn dwars door het oerwoud van Sumatra gereden naar een piepklein dorpje aan zee. Daar wonen we nu, in een hutje onder de kokospalmen.

Kippen op het strand en geiten op de ontbijttafel. Een lauwe zee met vissersboten erin. Geen toerist te bekennen, geen reclame, zelfs geen blikje cola. Geen nieuws ook. Is de Spaanse economie al ingestort? Heeft Jowi misschien de zilveren griffel gewonnen? We weten het niet. Ja, voetbal, die standen krijgen we door maar dar worden we ook niet echt bij van. De vissers vissen, de kinderen spelen. En elke dag komt de gouden bruid voorbij met een sliert muzikanten en glinsterend uitgedoste vriendinnen die de rijst dragen. Elke dag? Ja, een huwelijk duurt wel twee weken bij de Minangkabau, zoals dit volk hier heet.  Ze hebben andere gewoontes dan wij. Zo moeten we onze schouders bedekken en zwemmen met hempjes en broekjes aan want bikini’s zijn onfatsoenlijk. Tegerlijkertijd hurken ze zelf rustig neer in de branding om voor onze ogen te gaan poepen. Voor ons is er een ‘europees toilet’ boven een gat in de grond, maar zelf doen ze niet zo moeilijk. ‘Iew er drijven allemaal drolletjes in de zee,’  gruwen de meisjes. ‘Gewoon een stukje verderop zwemmen, de zee is groot genoeg,’ zegt Ilco, monter als altijd.

Waterval

We varen naar onbewoonde eilandjes en maken een wandeling (zeg maar gerust een ‘track’ ) door de rijstvelden en het regenwoud. De meisjes klauteren als aapjes, ikzelf glibber door de modder en val ook nog een keer ondersteboven in een rijstveld. Het blijft verbijsterend hoe ik omringd ben door vier van die idioot sportieve types.
Maar de beloning van de ruige tocht is groot: een enorme waterval om in te zwemmen en te duiken.
Eenmaal teug bij ons hutje zijn we al weer heet en bezweet. De meiden duiken meteen de Indische Oceaan in om in de hoge golven surfen te leren van de plaatselijke dudes.
‘Wijntje? Pina colada?’  vraag ik aan Ilco maar zelfs dat is er niet.
‘Dan ga ik ook maar sufen,’  zegt Ilco en weg is ie.

Een onbegrijpelijk boek

Ik blijf achter op het strand, omring door twintig Minagkabau kindertjes die aan mijn neus willen voelen.
Geen wijn, geen boek zelfs. Ja, een boek dat ik op het vliegveld heb gekocht en dat zo ingewikkeld is (zeg maar gerust onbegrijpelijk)  dat ik al zeker zeven keer opnieuw ben begonnen. Of ligt dat aan mij?
‘This is the evening of the day,’  zingt Marianne  Faithful in mijn hoofd. Zitten en kijken. Dat is nog best een kunst.
‘Dus je voelt je een beetje als een drolletje in de grote zee?’ conludeert Ilco, die als een druipende god ineens weer naast me staat. ‘Zie je trouwens die buffels door de branding hollen?’ Hij grijpt zijn camera en is meteen weer de fotograaf waar ik zo van hou.
Buffels in de branding, inderdaad. Ik leg mijn onbegrijpelijke boek opzij en kijk.

Reacties (5)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*