Paris-Sevilla

Voor het hotel is een plein waar bussen voorbij scheuren langs de nog lege terrassen. De toeristen slapen allemaal nog, maar ik ben zo wakker, ik moet wel naar buiten.
En dan stap ik onmiddellijk terug in de tijd.

Achttien was ik, en officieel uit huis. Vanuit een warm en veilig herenhuis in Haarlem-Zuid naar Parijs. Dat is een beetje alsof je op je eerste pianoles de partituur pakt van de Goldberg Variaties. In Parijs was alles in één klap volwassen en anders. De universiteit waar alle studenten als één man opstonden als de hoogleraar binnenkwam. Het kleine kamertje aan de Place de la Republique waar ik het enige kacheltje steeds moest uitschakelen omdat ik de door mijn strenge hospita gecontroleerde elektriciteitsmeter omhoog zag schieten. De kunstenaarsfeestjes waar ik belandde maar waar me steeds de taal en de referentie ontbraken om mee te kunnen praten. En mijn vrienden, of wat daarvoor doorging. De Zweedse studente die op Anita Ekberg leek en die op een of andere manier altijd wist wanneer je naar welke club moest en hoe laat. De lange, ijdele Afrikaan en zijn inwitte vriendin die de hele dag over seks praatten. De Italiaanse Max die voortdurend bordjes heimweepasta met boter maakte. Mijn beeldschone lesbische buurmeisje die droevige chansons voor me zong bij haar gitaar maar daar abrupt mee ophield toen Ilco een keer op bezoek was geweest. Ach, Parijs… Ik weet nog precies hoe de metro ruikt en hoe warm het is in het Louvre, waar ik af en toe heenging om achter een willekeurige groep mensen aan te lopen.

Seville s’éveille

Het komt allemaal terug als ik in mijn eentje door zo’n grote onbekende stad loop die net wakker wordt. Ratelende rolluiken, de lucht nog koud, de mensen allemaal gehaast. Straks wordt alles anders, dan komen de slenterende toeristen, de terrassen vullen zich, de zon piekt boven de hoge huizen. Maar nu is Sevilla alleen nog een goed-georganiseerd hardwerkend lichaam, zijn eerlijkste zelf.
En als je daar eigenlijk niets te zoeken hebt en wat je er doet is niet belangrijk en tijdelijk bovendien, dan loop je net te langzaam, dan denk je te hard en dan is er dus eigenlijk niks veranderd. Vijfenveertig ben ik nu, maar nog steeds die studente in Parijs die uren voor de deur van het feest stond en er toch niet naar binnen gaat.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

  • Nanda van Praag

    Al was ik nooit als studente in Parijs, ik herken dit zo…ooit zo ontheemd te zijn geweest…en de groeven daarvan..

  • Mooi! In alle vreemde steden is het stukje dag voor het ontwaken van de stad het deel wanneer je je er het meest een ‘tijdelijke bezoeker’ voelt… En dankzij de nachtdiensten weet ik dat het ook werkt in Amsterdam – ‘bij dit stuk van mijn stad hoor ik niet’, de vuilniswagens, de stilte, de vogels en de donkere ramen overal. Fijn! xM

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*